|
1. Het bericht komt binnen:
Controleer
of het bericht klopt bij politie of betrouwbare derden.
Vorm
een begeleidingsteam: directeur, betreffende leerkracht(en), interne
begeleider, vertegenwoordiger van de ouderraad. (Te overwegen valt
of er een externe deskundige of geestelijke ingeschakeld moet worden.
Deze persoon kan deze dagen een steun en kennisbron vormen voor
leerkrachten, leerlingen, ouders van leerlingen en andere betrokkenen.)
Benoem
één van deze personen tot eerste verantwoordelijke.
Wie het meest geschikt is voor deze rol hangt af van persoonlijke
omstandigheden of andere belangrijke zaken op school die aandacht
vragen.
2.
Duidelijkheid krijgen over de situatie eventueel bij derden die
goed op de hoogte zijn of bij de politie:
( Duidelijk in kaart brengen en noteren!)
Wie
is er overleden?
Wat
is er gebeurd?
Waar,
wanneer en hoe is het gebeurd?
Zitten
er nog andere kinderen van het gezin op onze school, en in welke
groep?
3. Contact opnemen met de familie
De
eerste verantwoordelijke belt het gezin.
Bespreek
welke informatie bekend mag worden gemaakt.
Heeft
de familie van het kind nog specifieke wensen waar we als school
nu al rekening mee kunnen houden?
Maak
afspraken over bezoeken: door wie en wanneer.
Tijdens
dit bezoek kunnen er weer andere punten besproken worden, zoals
afscheid nemen van het overleden kind, bijdrage van de school aan
de afscheidsviering, wat willen de kinderen in de klas doen en hoe
hebben ze gereageerd, wil het kind naar school gaan in de dagen
voor de begrafenis en zo ja, op welke manier.
4.
Informeren van leerkrachten, leerlingen, ouders en andere betrokkenen.
Tijdens
het weekend of in de vakantie tijdstip en manier van informeren
afspreken.
Informeer
leerkrachten als het enigszins kan gezamenlijk. Denk aan de conciërge,
administratie en de eventuele overblijfmoeders.
Informeer
het bestuur.
Informeer
ouderraad en medezeggenschapsraad.
Informeer
de groep van het kind.
Informeer
overige kinderen van de school, eventueel gezamenlijk. denk ook
aan afwezige leerlingen: zieke kinderen, kinderen die op een schoolreisje
of excursie waren of naar de gymzaal/ zwemmen.
Informeer
ouders van de leerlingen d.m.v. brief.
5.
Rooster aanpassen.
Overweeg
of feesten en andere activiteiten uitgesteld moeten worden.
Vraag
toestemming voor roosterwijziging aan bij leerplichtambtenaar.6.
Op school die eerste week.
Bespreek
van tevoren samen de manier waarop de groep wordt opgevangen, maak
gebruik van de deskundigheid die er op dit gebied is (zie bijlage
met adressen en literatuur).
Zorg
voor ondersteuning van de leerkracht (hij/ zij moet niet het gevoel
krijgen er allen voor te staan, neem de tijd voor deze ondersteuning!)
Geef
emoties de ruimte bij de leerlingen, maar ook bij je leerkrachten.
Zorg daarbij voor een veilige omgeving! Bespreek emoties.
Richt
een herdenkingsplek/ruimte in.
In
overleg met de familie plannen uitwerken voor de herdenkingsbijeenkomst
en de crematie/begrafenis.
Samen met de klas ook kijken wat de kinderen kunnen doen.
Kinderen
hierop voorbereiden, duidelijkheid neemt veel angst weg.
Advertentie
en bloemen.
6.
Terugkeer naar school door betrokken leerling(en)
Bespreek
met de ouders wanneer het kind met het lesprogramma mee wil doen.
Zijn bepaalde aanpassingen gewenst?
Bespreek
wat het kind kan doen (een niet opvallend signaal) als het er even
uit wil. Waar kan het zich dan even terugtrekken?
Zet
in overleg met de ouders een plan op voor de weken die volgen en
zorg ervoor dat ook na die eerste weken de leerlingen en leerkrachten
ruimte krijgen om hun verdriet te benoemen en verwerken. Denk aan
eerdere verliessituaties bij alle leerling als de leraar.
7.
Eventueel extra.
Is
er behoefte aan meer deskundigheid?
Ouderavond
beleggen indien daar behoefte aan is of noodzaak. (Denk b.v. aan
meningitis.)
Ook hier telt weer; duidelijkheid neemt onnodige angst weg.
8.
Nazorg voor de ouders.
Spreek
een vervolgbezoek af door de leerkracht ter ondersteuning van de
leerling en familie.
Indien
een kind is overleden en dit het enige kind van deze ouders op uw
school is, bespreek dan met de ouders hun wensen. Neem in de loop
van het schooljaar zelf nog enkele keren contact op met de ouders.
Indien
een overlijden heeft plaatsgevonden vlak voor de zomervakantie,
zorg dan dat er na de vakantie voldoende aandacht is hiervoor ten
aanzien van betrokken leerlingen en familie. Wellicht kan, zodra
bekend is wie de nieuwe leerkracht zal zijn, deze samen met de huidige
leerkracht met het kind en de familie praten.
9.
Terugkijken en evalueren.
Evalueer
met je team.
Evalueer
met de betrokken familie.
10. Verdere begeleiding van de leerling die een gezinslid heeft
verloren
Na
de begrafenis raakt de herinnering aan het overlijden voor leerkrachten
en mede-leerlingen geleidelijk op de achtergrond. Voor de leerling
die een gezinslid is verloren, is dit niet zo, ook al laat het niet
of nauwelijks iets merken van zijn/haar gevoelens naar aanleiding
van dit verlies. De volgende aandachtspunten zijn van belang bij
de begeleiding van een leerling die een gezinslid is verloren.
Niet
alleen verdriet, maar ook andere gevoelens horen bij rouw. Accepteer
elk gevoel. Geef geen adviezen of geruststellingen.
Zoek
een manier waarop het kind gevoelens als kwaadheid of verdriet kan
uiten, zonder dat anderen hier last van hebben.
Houd
een vinger aan de pols bij kinderen die weinig laten merken van
hun gevoelens.
Bedenk
dat leer- of gedragsproblemen het gevolg kunnen zijn van rouw, ook
jaren na het verlies. Onderzoek deze mogelijkheid. Spreek het kind
in dat geval niet aan op zijn gedrag, maar toon begrip.
Alles
gebeurt in nauw overleg met de familie!
Terug
naar boven
|