| |
I: Voor het verwerken van je eigen verdriet
.. Je hebt je boek
geschreven op internet, je gaat vaak naar de begraafplaats toe.
M: Elke zondag nog steeds.
I: Zijn er nog andere dingen die je
doet?
M: Helemaal niks. Behalve mijn boek op internet, helemaal niks.
Het is letterlijk naar mijn werk gaan, thuiskomen, doen wat ik moet
doen en mn bed in. En weer opstaan om naar mn werk te
gaan. Elke dag hetzelfde. Je lijkt net een automaat. Alles gaat
zo automatisch, dat het aan de ene kant net lijkt of je nog in een
nachtmerrie zit, waar je nooit meer uit komt. Het lijkt net of je
op de automatische piloot zit. Alles gaat gewoon langs je heen.
En als ik er genoeg van heb, dan zit ik achter de computer. Dan
is het echt een muurtje om me heen. Van hele dikke betonnen platen,
en niemand komt er doorheen. Dan hoor ik ook niks wat er om me heen
gebeurt. Dat doe ik bewust, ook om mezelf te beschermen. Die kinderen
hebben ook een moeder nodig.
I: Moeilijk hoor, lijkt me.
M: Het is moeilijk. Dat wens je zelfs je grootste vijand niet toe.
Om zijn kind te verliezen. Het is gewoon onvoorstelbaar.
I: We hadden het over dingen die veranderd zijn. Zoals moederdag.
M: Moederdag is inderdaad een heel moeilijke dag. De eerste moederdag
zonder Rico ben ik niet naar de begraafplaats geweest. Want dat
kon ik ook niet aan. Ik kreeg van alle kinderen cadeautjes, en dan
krijg je het cadeautje van Rico niet. En dan hoeft het helemaal
niet. Ik ben ook de hele dag in bed gebleven die dag. Afgelopen
moederdag ging het weer wel. Maar ook zoals wij op vakantie gaan,
dan voel je, je gewoon schuldig. Dan neem ik een foto mee, dan lijkt
het alsof hij toch gewoon mee gaat. Diep in je hart weet je, of
hij zit diep in je hart, dat hij mee gaat, maar je kan hem niet
echt meenemen. Dat mis je heel erg. Vakantie hoeft niet meer, moederdag
hoeft niet meer. Kerst oud- en nieuw, hoeft allemaal niet meer.
De automatische piloot. Alles laat je gewoon voorbij gaan.
I: Hoe ga je dat doen. Want je andere kinderen willen wel moederdag
vieren. Hun verjaardag, oud- en nieuw
.
M: Hun vieren hun verjaardag gewoon. In het begin heb ik hun verjaardag
niet gevierd. Maar dit jaar hebben de kinderen hun verjaardag mogen
vieren. Maar moederdag, nee dat hoeft voor mij niet. Ik ben er nog
niet klaar voor. Misschien op een dag wel, maar
Voorlopig
echt niet. Sinterklaas heb ik wel weer gedaan, vorig jaar. Dan voel
je, je zo schuldig dat hij er niet bij is. Zo rot ook. Allemaal
maken ze hun cadeautje open, hij heeft niks natuurlijk. Je zou het
wel willen geven, maar hoe geef je dat. Het hoeft voor mij niet.
I: Je zegt net een paar keer dat je, je schuldig voelt.
M: Je voelt je heel erg schuldig, omdat hij er niet is. Alles wat
je met die andere kinderen deelt, wil je ook met hem delen. Dat
kan niet. Het enige wat je kunt doen, is bloemen op zn graf
neerzetten. Een kaarsje aan maken, schoon maken. Voor de rest kan
je niks. Je hebt helemaal geen grip erop. Die andere kinderen, ik
zeg, ga maar buiten spelen. Dan kan ik een mooie fiets voor je kopen
en dan fiets je erop. Bij hem kan ik alleen maar hele mooie bloemen
neer zetten en niks meer. Zorgen dat zn grafje er mooi uit
ziet. Voor de rest kan je niks.
I: Waar waren we?
M: Moederdag. Moederdag hadden we gehad, vaderdag. Maar ik wil ook
geen vaderdag.
I: Wat betreft het bezoek aan de begraafplaats, doe je dat met je
kinderen?
M: Niet altijd. Waarom ik ze niet meeneem, is omdat de kleintjes
over graven van anderen heen lopen. Dat wil ik niet. Ik vind, door
de week ben ik er voor hun. Die twee uurtjes per week, dat ik voor
Rico tijd heb, dat ik dat niet altijd met hun hoef te delen. Op
een speciale dag mogen ze wel mee. Maar ik vind dat ik door de week
echt tijd voor hun heb, en die twee uurtjes per week, is echt voor
Rico. En daarom neem ik ze ook niet altijd mee. Dat heb ik ze ook
uitgelegd. Door de week ben ik voor jullie. En op zondag, twee uurtjes
per dag, die twee uurtjes van de zondag, is voor Rico gewoon. Daar
komt gewoon niemand tussen. Niemand.
I: Willen zij ook naar het graf?
M: Als ze soms mee willen, mogen ze mee. Maar ze vragen het ook
niet vaak hoor. Maar als ze mee willen, soms mogen ze mee. Het komt
ook voor, dat ik zeg nee. Dan wil ik alleen met hem zijn, zonder
hun erbij. Ze krijgen aandacht genoeg thuis. .
Terug
naar boven
|
|