Welkom

Over de stichting

Achtergrond & doelstelling

In de pers

Nieuwsbrief

Donaties

Contact

Zelfdoding

DVD 'Maar ik ben...'

DVD 'Afscheid'

Overleden moeder

Overleden vader

Overleden kind

 

Bestelpagina

Voorlichtingsprogramma

Rouwprotocol

Rouwhulp

Gedichten

Catalogus

Links

 

Ons email adres is:

kindenrouw@planet.nl

 

Deze website is ontworpen en gebouwd door ddc amsterdam

 

Aantal bezoekers sinds
1 februari 2004:


Laatste update was op:
14 april 2012

 
   
   


Interview met meester Leo

 
 

Wat is er gebeurd?
Twee jaar geleden, maakten we mee, dat een jongetje, toen nog vier, Rico, bij de kleuters, regelmatig ziek werd. Dat ziektepatroon leek eerst op griep, enz. Dat herhaalde zich. Toen werd hij erger ziek. Tot we erachter kwamen, door onderzoeken in het ziekenhuis, dat het veel ernstiger was, en er iets in zijn hoofd mankeerde. Toen we dat wisten, ook dat het een eindige zaak zou worden. Toen was dat moeizaam. Bleef vaker thuis. We hebben hem vaak thuis bezocht. De leeftijd is dusdanig, toen nog vier/vijf, dat het moeilijk is daarover in de klas te praten. Er zijn wat tekeningen voor hem gemaakt, want Rico was ziek. Dat drong niet echt tot de kinderen door. We hadden oudere broertjes op school. Het leefde wel in school, maar haast nog meer bij collega’s en oudere kinderen, dan bij de klasgenootjes van Rico zelf.


Hoe komt dat, denk je?
Het heeft met de ervaring van de leeftijd te maken. Het besef, van leven en dood. De broertjes die natuurlijk stuk waren, van het feit, dat hun kleine broertje ging overlijden. Dat brachten ze over, en daar werd over gesproken in de klas, waar zij zaten. Vandaar dat die beleving bij die oudere kinderen meer was, dan in de klas van Rico zelf. De juf bracht het wel heel sterk over. Die was er natuurlijk ook helemaal stuk van. De leerkrachten, kwamen ook regelmatig thuis bij Rico. Toen hij ziek was.


Hoe lang heeft dat geduurd?
De ernstige zaak, heeft een maand of vijf geduurd. Ongeveer van februari, tot de zomervakantie. Aan het eind van de zomervakantie, dat was het nog, is hij toch vrij plots overleden. Wij zijn als school vijf weken dicht geweest. Zo’n twee weken voor het einde, werden we opgebeld, het gaat niet goed. Toen zijn we nog bij Rico geweestToen is hij overleden.In de voorlaatste week dat de school weer begon. Toen zijn we er met een flinke groep collega’s bij geweest, bij de begrafenis op Zorgvliet. Dat was heel indrukwekkend, op de aparte kinderafdeling, zeg maar….De week daarop op school. Daar hebben we met de ouders van Rico, uitvoerig over gesproken. Wat doen we. Wat doen we met onze ervaring, en met die van de kinderen op school. Marleen en haar man, vonden dat moeilijk. Omdat een ander broertje van Rico, Chris, die was toen net vier. Die kwam toen bij ons op school. Die wilden ze zo min mogelijk belasten. Met de situatie, van Rico. En de oudere broertjes, Clifton en Referinio, die hadden wel behoefte, aan begeleiding. Maar ze wilden ook ontspannen naar school gaan, zonder dat iedereen hen daarop aan sprak. Dat is heel dubbel.


Heel moeilijk. Hoe ga je daarmee om als school?
Door toch, de eerste weken wel aandacht te geven. We hebben een rouwkrant gemaakt. Verder, het zo individueel mogelijk te doen, voor Clifton en Referinio. Bij de eigen leerkrachten, een stukje begeleiding bieden, voor de jongens. Aangeven, als het hier of daar te dol is, je kunt altijd terecht. De jongens apart nemen, en er regelmatig over praten. Hoe is het nu thuis? Gelukkig, Clifton, was daar nog makkelijker in, Referinio was moeilijker in het los krijgen, zeg maar.Gelukkig werkte zijn moeder, Marleen, mee. Die stimuleerde, dat het gebeurde. Die kwam ook nog veel op school. Wat het wel moeilijker maakte, als er wat gebeurde op school, bijvoorbeeld iets, dat er niets mee te maken heeft, drie maanden erna, in de gymzaal, brak een ander kind zijn pols, kan een keer gebeuren…. Er komt een ziekenwagen, dat is de normale procedure, als er iets ernstigs is. Ze had het half gehoord. Marleen stond direct op school. Wat is er gebeurd, is het ernstig. Dan zit er zo’n angst in. Al heeft het niets met school te maken. Het lijden aan de ziekte van Rico, had niets met school te maken… Toch, is het zo beladen, emotioneel, als zij van haar kinderen hoorde, er is op school iets gebeurd, dan gaf dat heel veel paniek. Ook bij Referinio en Clifton. Dat merk je heel duidelijk.


Dat lijkt me heel moeilijk. Er is ook een geval van een ander kindje met een hersentumor, hier op school. Ook dat heeft Marleen zich erg aangetrokken. Als ze daar mee aankomt, wat doe je dan?
Dan maak ik daar tijd voor. Dan praten we met haar. Dan laten we haar verhaal, weer doen. Ze hebben thuis de foto van Rico, nog altijd hangen. Hij heeft een plaatsje. Dan praten we met haar… dan nemen we haar ook mee. Dan nemen we haar, naar de aandachtstafel, die we voor dat andere jongetje gemaakt hadden, en de bloemen. Dan geven we daar ruimte voor. Dan komt het dicht bij elkaar, thuis en gezin. Zo beschouwen we het ook een beetje. Dus, dat moet kunnen. Het is alleen veel. Als er meerdere kinderen in een paar jaar overlijden.


Dat lijkt me niet iets, waar de school op is voorbereid….
Nee, helaas zijn er al vier kinderen, in drie jaar overleden. Je leert er gek genoeg, wel mee omgaan. Er zijn vanuit allerlei instanties draaiboeken, met wat je kunt doen, met kinderen. Je ziet alleen in de praktijk, dat je dat weer elke keer aan moet passen, aan het gezin. Aan de cultuur, waar het kind uit komt. Of je zoals Rico, een Surinaams kind, waar de emoties op een andere manier beleefd worden. Of een jongetje, wat kortgeleden is overleden, uit een Marokkaans gezinwaar de zaken sterk gescheiden zijn, tussen thuis en school. We zijn ook direct thuis geweest, in het gezin. Daarna vragen we om foto’s. En vader, wou dus wel mee. En later komt een oudere broer die foto’s weer ophalen, en terugeisen. Want, er mag niks gebeuren met de foto’s, van mijn overleden broertje. Als we dan uitleggen, wat we ermee doen, dat we juist uit piëteit dat op die gedenktafel willen zetten, om aan hem te kunnen denken, toen was het wel goed hoor…. Maar, dat was men niet gewend, in die cultuur. Dus, toen hij die tafel zag, en de bloemen, en wat we eraan gedaan hadden was het goed. Mar, de eerste reactie was, nee weg! School, heeft niks met mijn broertje te maken. Wat ook heel moeilijk was, omdat dat jongetje in Marokko begraven was, en vrij snel, vanuit het ziekenhuis, naar Marokko gevlogen is. Dan zie je, dat we er als school, niks meer mee konden. Een begrafenis, is toch een ritueel, een afscheid nemen, een verwerkingsmoment. Dat hadden we in dit geval niet. Bij Rico wel. Bij Rico, was het alleen jammer, hij was ook nog klein, dat we geen kinderen mee konden nemen. Het was ook nog in de zomervakantie. Als Reduan, hier begraven was, hij was twaalf, denk ik dat we met de hele groep op de begrafenis waren geweest. En er ook sterk behoefte aan hadden gehad.


Kun je dat merken?
Ja. De emoties waren zo sterk. Ze wilden er van alles mee doen. Brieven aan hem geschreven, over hem geschreven. Bloemen mee genomen. De kinderen, waren zeer geëmotioneerd. Het heeft dagen geduurd, dat je begeleiding moest geven. Dat je op een andere manier…. Het gebeurt nog, dat kinderen daar stil bij staan.


Hoe doe je dat. Je vertelt net van Reduan, eerst is er ruimte geweest voor verdriet. Hoe is dat gegaan?
Die eerste middag….. Kinderen voelen haarscherp. Wij hoorden het ’s morgens om elf uur. Hij was niet op school. Iemand kwam vertellen, Reduan is overleden. Wij geloofden het eerst niet, het was heel plotseling. Hij was donderdag nog op school geweest. We kenden wel zijn voorgeschiedenis. Toen zijn we er met zijn drieën, de groepsleerkrachten en ik, naar toe gegaan. Toen we terugkwamen……. Op de een of andere manier voelen die kinderen het. Er is iets met Reduan, ze wisten niet precies wat. Toen ze ons de klas in zagen komen, toen voelden ze….. Het is fout. Toen wij dat verteld hebben, waren ze zeer geëmotioneerde middag, is er eigenlijk alleen gehuild, en gepraat. De volgende dag, kwamen ze allemaal met witte koppies op school, normaal werken, zat er gewoon helemaal niet in.je kon niet met andere dingen komen. Toen zijn we maar met ze gaan wandelen. Hier het Sloterpark, en laten spelen. Gaan rennen. Lichamelijk afreageren. Daarna pas over Reduan praten, op een georganiseerde manier, over hem schrijven. Dat soort dingen.


Gaat dat op alle scholen zo?
Weet ik niet. Ik ben alleen in Amsterdam directeur geweest. Dit is mijn vijfde school. Amsterdam is Amsterdam. (Lacht). Daar is wat meer ruimte voor emotie. Wat meer ruimte voor beleving. In de brede zin van het woord. Als je op scholen, waar de bevolking, in het algemeen wat stugger is, daar wordt andere aandacht gegeven. Daar was ik zelf geen directeur, wat ik meegemaakt heb. Nou nee….. dat mocht niet. Reken, taal en verder geen flauwekul, dat is voor thuis. Je hebt mensen, die kunnen praten, en het opkroppen. Dat kun je ook in een school zo doen. Alleen, dat past niet bij het Amsterdamse karakter. Al zijn het dan scholen met meer dan negentig procent allochtone kinderen, daar hangt toch een Amsterdamse sfeer van beleving. Dat moet kunnen. Het leven gaat voor de wet. Alles wijkt een beetje voor dit soort dingen. Dat moet kunnen.


Het gebeurt niet altijd hè?
Dat zal wel niet. Ik vind dat het wel moet kunnen.
Vind jij ook dat het tot de taak van school zou moeten behoren?
Ja. Als je uitgaat van een basisschool, is een verlengstuk van thuis. Maar voor kinderen, is dat heel dichtbij. Het is eerst thuis, en dan is het school. In die leeftijd is school heel belangrijk. Kinderen ervaren school, als direct bij school horend. Ze komen ook heel graag naar school. Vakanties is vaak ellende voor de kinderen. Ze zijn vaak klein behuisd. Dus ze gaan veel liever naar school, veel leuker, gezelliger, er is vaak voor de jonge kinderen, meer speelgoed. Meer ruimte, meer aandacht. Dus, dat voelt ook heel warm, heel lijfelijk. Dat geldt voor de positieve dingen, maar ook zeker voor de narigheid. Dan komen ze ook altijd bij je. In die zin, vind ik ook, dat we meer zorg moeten bieden. Scholen als de onze, krijgen ook meer informatie, meer leerkrachten. Ik vind ook, dat je dat waar moet maken. Als je meer mogelijkheden hebt, voor kinderen die minder bedeeld zijn, dan moet je dat ook benutten. Dat vind ik dus wel tot de taak horen.


We hebben het over juf Ellen gehad,
Het is veel breder hoor. Er zijn veel meer leerkrachten bij betrokken geweest. We hebben ook alle broertjes en zusjes van Rico op school, al veel langer. Er zijn meer mensen bij betrokken geweest. Dat krijgt vanzelf toch een hele groep leerkrachten. Zo’n gezin, wordt dan langzamerhand gedragen, in de school. Zeker als er zoiets gebeurt.


Begeleid jij de docenten daar in?
Dat hangt van de situatie af. Niet meer, dan nodig is. Ik stimuleer sowieso, vanuit een beleidsvisie. Dat het gebeurt. Ik vind gewoon, dat het moet. Als dat op een natuurlijke, warme, menselijke manier gebeurt, dan ben ik daar uiteraard wel bij betrokken. Maar, niet sturend. Wel coördinerend, concreet. Wat doen we met welke groep, hoe doen we dat. De procesgang, probeer ik, duidelijk te coördineren. Bij emoties. Aan de ene kant moet je ruimte laten, maar dingen moeten op een gegeven moment beheersbaar blijven. Dat gaat naar twee kanten. Dat kan stimulerend zijn, ik bied wel alle ruimte. Er lopen ook altijd leerkrachten rond met, mag dat wel, kan dat wel. Ja, dat mag, dat kan. Dat mag gerust, dat moet! In die zin, heel stimulerend. Ook aan de andere kant, altijd bedenkend, je hebt met een hele school te maken, met hele groepen kinderen. Welke impact heeft dat op alle andere kinderen….. Hou de dingen leeftijdgebonden. Hou de dingen, zodanig, dat de andere kinderen er wat mee kunnen. Overschat dat niet. Maak de dingen, ook afhankelijk van de leeftijd, ook niet zwaarder, dan ze zijn. Bij Rico, moest je er wel degelijk rekening mee houden, dat zowel Clifton als Referinio maar ook zijn kleine broertje Chris, weer naar school moesten. Dat die niet overvallen zouden worden, door alle collega’s, kinderen. Hoe is het nou met jullie, en hoe is met zus. Daar hebben we terdege afspraken over gemaakt. Dat de kinderen, in een vrij neutrale situatie, weer op hun veilige school zijn. Voor alle kinderen veilig. Maar te veel aandacht, ontneemt juist weer een stukje veiligheid. Ook die kinderen, hebben weer die veiligheid nodig. Ze moeten wel kunnen komen, individueel. Dat is steeds de afweging. Het individuele kind en de groep. En de totale school. En de leerkrachten, die er zelf ook mee weg moeten. Het klinkt een beetje navrant, maar het is zo mooi om te zien, in Nederland, zijn we heel weinig kindersterfte meer gewend. Dus als een kind overlijdt, het is altijd erg! , Alleen toch, wat zeg maar vijftig of honderd jaar geleden in Nederland gebeurde, dat er in gezinnen, regelmatig kinderen overleden, aan allerlei kinderziekten. Dan werd dat makkelijker geaccepteerd, dan nu. Je ziet bij sommige gezinnen, die nog met medische en hygiënische omstandigheden leven, uit het land, van herkomst, dat dat nog makkelijker geaccepteerd wordt. Vooral bij grotere gezinnen, met meerdere kinderen, waar ook nog overlijden tijdens het kraambed voorkwam, dat daar een andere beleving, nog over is. Aan de ene kant heel navrant. Aan de andere kant is het heel mooi, om te zien, hoe dat soort cultuurgeschiedenissen zich openbaren,.hoe onze cultuur daarin ingrijpt, en hoe je geleidelijk aan verandert. Maar ook nog herkenbaar is, van verschillende dingen. Ik vind dat heel mooi.


Voor de toekomst. Wat zou er verbeterd kunnen worden, in het algemeen? Ik heb het idee dat het hier vrij vooruitstrevend is……
Als je serieus de zaak neemt, dat school een verlengstuk is van thuis, en er voor die kinderen moet zijn. Vind ik, dat het erbij hoort. Dat komt ook, doorat je weet, dat het thuis vaak minder is. Je wilt, in brede zin, opvoedkundig, wil je meer dan de kinderen alleen maar kennis bijbrengen. Je wil ze een aantal positieve waarden, vanuit de Nederlandse samenleving bijbrengen. Hoe dat hier in Amsterdam, normaal gaat. Je wilt ze ook op een positieve manier, zonder opdringerig te zijn, je ook aan de ouders laten zien. Zo gaat dat en zo doen we dat hier. Zodat de ouders ook zeggen, dat is prettig. Ik kom op die school, ik ga ook op die school praten. Je moet ook steun voor die ouders zijn. Hoe meer dat gebeurt. Hoe verder die kinderen het uiteindelijk gaan brengen in de maatschappij. Er zit ook doodgewoon een opvoedkundig, onderwijskundig doel achter. Hoe groter die betrokkenheid van die ouders, hoe meer ze op school komen. Hoe eerder ze hier ook Nederlands komen leren. Computerles willen hebben in school. Hoe meer ze de opleiding van hun kinderen zullen stimuleren. Dat is uitermate belangrijk, voor de toekomst van die kinderen.


Heb jij dat, vanuit jouw opleiding, meegekregen?
Nee. Het is van essentieel belang! Essentieel belang…. Het is alleen de kunt, iedereen praat daar wel over, die ouderparticipatie, hoe je dat moet doen. Je merkt heel goed, dat ouders, die gemotiveerd zijn, die kinderen schoppen het veel verder. Dat is op zich niks nieuws. Dan ouders, die geen interesse hebben. Die het niet meer zien zitten. Die een negatieve uitstraling hebben, naar hun kinderen. Zo van, het is mij niet gelukt, dus het zal jou ook wel niet lukken. We weten allemaal, dat dat van elementair belang is. De kunst bij die ouders is, die dat negatieve beeld hebben, je moet ook hun beeld veranderen! Als je als betweter daar binnenkomt, van ik zal u even vertellen, Hoe U moet denken…. Dat werkt dus helemaal niet. Ze moeten het proeven. Ze moeten in hen vingertopopen kunnen voelen, hé we zijn daar welkom, het kan ook anders. Het moet op een natuurlijke wijze, dat ze binnenkomen, dat ze horen, het gaat goed met je kind. Ze moeten zichzelf ook gewaardeerd voelen. Dus de ouders, moeten ook met respect behandeld worden. Ze zijn al geneigd zich een beetje kleiner te voelen, als ze een school binnenkomen met, wij weten het toch niet. Ouderwets, van de mester zal het wel weten. Zij moeten zich ook iemand voelen. Eerder accepteren ze van mij ook niks. Op die tour, kun je een stap verder. In dat totaalplan, horen ook dit soort dingen. Niet de narigheid, maar die probeer je wel positief om te buigen.


En mensen er op voor te bereiden. Als je nu op de PABO zit, en je staat volgend jaar voor de klas, en er gebeurt zoiets, dan weet je niet wat je moet doen……Hoe de school ermee omgaat, daar maak jij dan deel van uit.
Elke keer is het weer anders. De vier gevallen, die ik hier nu meegemaakt heb, is het anders gelopen. Soms uitgebreider, soms beperkter. Toch denk ik, als het maar om die warmte gaat, om die aandacht, en de ruimte geven, die de ouders, en de kinderen nodig hebben. Dan vind je vanzelf wel een acceptabele weg. En of je het goed hebt gedaan, weet je nooit. Later ook niet. Maar dat is ook niet zo belangrijk. Die inzet moet er zijn.
09:24:50
Stel, er overlijdt een kind, en de school doet daar verder heel weinig mee….. Wat voor effect kan dat op kinderen hebben?
Naarmate je meer aandacht geeft, aan overlijden, dat geeft ook aan, de waarde die je geeft aan het leven. Naarmate je dat, meer respectvol behandelt, dat zegt wat, hoe je met het leven omgaat. Als je er heel makkelijk in bent, dan ben je ook makkelijk, ik zeg het wat zwaar, met het leven. In de zuidelijker culturen, waar veel uitgebreider gerouwd wordt, waar ook nog de familiebanden sterker zijn. Naarmate je meer rouwt, dat zegt wat over de band die je had met. Je rouwt niet over iemand, die je niet kent en waar je niets mee hebt. Naarmate je als school, om een kind rouwt, zegt wat over de rol, die dat kind had, in e school, en daarmee, de ouders. En ben je dus opvoedkundig bezig. Want de andere kinderen weten, dat zouden we voor jou ook doen. Daarmee, geef je ook aan, hoe veilig, die school is. Het voordeel is, daar maak ik en zijstap mee, als je als school meer veiligheid biedt, dan mag je ook strenger zijn. Mag je meer structuur bieden. Kun je ook veel harder optreden. Binnen die veiligheid. Algemeen geaccepteerd is, dat ouders de enigen zijn, die mogen slaan, die mogen van alles, zonder dat ze daarmee de liefde verspelen, van kinderen. Omdat dat, het dichtst bij is. Als je als school, die veiligheid, voor een groot deel biedt, ben je ook in staat, om voor kinderen, strengere normen te stellen. Duidelijke afspraken, strakkere structuren. Om dat in deze tijd te plaatsen… we hebben natuurlijk, ontzettend veel Marokkaanse jongetjes, een aantal, die ontsporen. Maar door aan die andere kant, die veiligheid te bieden, kun je ze ook langer in het gareel houden. Als wij zeggen, dat mag niet, dan heeft dat een grotere impact, dan dat een vreemde dat zegt. Daarmee, doen ze ook hun onderwijs beter, En hou je ze, beleefder in school. Ik beloof niet, dat ze dat elders ook altijd zijn, dan spreken ze altijd met twee woorden…….. Gedragen zich behoorlijk. Hoef je verder niet meer te zeggen. Dan is er rust in school. Dat hoort bij die veiligheid. Dat is een automatische combinatie. Dan wordt er gewoon gewerkt. Veel minder ordeproblemen. Daarmee worden de leerkrachten, weer gemotiveerd, om op een positieve manier, naar de kinderen te kijken. Dus haal je ook betere leerresultaten. Het is een totaalbeeld, van wat allemaal, met elkaar samenhangt. Als je alleen het een wilt, en je biedt die veiligheid en die warmte niet, dan ben je onecht. Dat werkt niet voor kinderen. Dan presteren ze slechter, en accepteren ze de dingen ook niet. Dan is niets bespreekbaar. Dan is eventueel, hun wangedrag, hun vandalisme niet bespreekbaar. Ik hou niet van soft gedoe. Volstrekt niet! Ik hou van een strakke aanpak. Gecombineerd met. Openheid, warmte, veiligheid en streng. En respect. Soms denk ik wel eens, joh, wat er nu gebeurt. Ook de manier waarop ik ze aanpak. Maar al ze tien minuten later ook, gewoon bij me uit komen huilen, dan denk ik, dan valt het wel mee….. Het moet echt dubbel.


Als jij merkt, dat een kind zich terugtrekt, je gaat naar hem toe, en je toont respect………
Nou, ze moeten heel goed voelen, plat gezegd, op hun donder krijgen, om de daden, die ze doen. En niet om hen zelf als kind. Ze moeten zich gewaardeerd en veilig blijven voelen, als kind. Onder alle omstandigheden. En je mag ze hard aanpakken, op de fouten, die ze maken. Een kind wat in een winkel steelt, krijgt geen aai, over z’n bol. Die gaat met zijn ouders, de boel terugbrengen, zijn excuses aanbieden, bij de winkel. Ik dwing die ouders daartoe. Die gaan even af, wat dat betreft. Voor die daad. Anders kunnen ze niet bij me terugkomen. Daarna kunnen ze ook gewoon weer terugkomen, het is echt die combinatie, van factoren. Nog steeds idealistisch, ondanks alle sores die er is.


Neem je het ook mee naar huis, die sores?
Niet meer zoals vroeger. Jaren terug, wilde ik nog wel eens kinderen mee naar huis nemen. Dat de ellende thuis zo groot was, dat ik zei, hop in de auto, je logeert bij mij. Uiteraard met toestemming van de ouders. Onder die omstandigheden, pleegkinderen mee naar huis. Nee, dat doe i niet meer. Het laat je niet los, maar je leert er met de jaren, wel makkelijker mee omgaan. Het is niet zo dat het afstompt. ……. Je gaat er anders mee om, beheersbaarder. Je blijft het wel beter herkennen. Het gaat om kinderen. ………


Als je dat constateert, dat een docent, door zo’n sterfgeval, niet meer goed functioneert. Begeleid jij die docent dan?
Ja, er zijn ook wel instellingen voor. En die haal je er ook wel bij. Je bent zelf, meestel de eerste, die het signaleert. Dus je praat er wel over. En afhankelijk van de situatie, geef je hulp. Je geeft ook wel telefoonnummers, adressen door. Dat hangt dus helemaal van die relatie af, van wat iemand wil. In heel veel gevallen zijn collega’s al gebaat, bij een luisterend oor. Als je ziet, dat er aandacht voor is, een stukje tijdelijke ontlasting, zodat ze er wat makkelijker mee om kunnen gaan. Ook dat gevoel, dezelfde veiligheid. Dan wordt het wat beter behapbaar.


Als je het hebt over grenzen. Hoever ga je in het verlenen aan hulp? Als een docent ontspoort, vraag je dan hulp van buitenaf………
Nee. In principe, doe ik dat niet. Als de collega het zelf aangeeft, en er vrij makkelijk over kan praten, Dan draag ik wel bepaalde instanties, of hulpverleners aan. Ik laat ze wel zelf het initiatief nemen. Ik neem het niet over. Het kan ook zijn, dat het leidt tot disfunctioneren, van de groep, wat ze zelf niet in de gaten hebben. Dan maak ik dat wel bespreekbaar. Dan hangt het ervan af, hoe herkenbaar het voor de betrokkene is, de wijze waarop de hulp opgezet wordt. Als de betrokkene, er zelf geen weet van heeft, dan moet je aan de ene kant, die veiligheid, helderheid en structuur. Als het functioneren, van de leerkracht, dusdanig is, dat het schade toebrengt aan het kind, dan stuur ik ze ziek naar huis. Ook bij zulk verdriet. Als dat leidt, tot het gebrek aan veiligheid bij kinderen, ja. Ook daardoor. Dat is niet rot bedoeld, naar die leerkracht. Alleen, ik laat het daar niet bij. We gaan op bezoek en zoeken naar een oplossing. Maar de strakke kant van het verhaal, we zijn er voor de kinderen. Om welke reden ook, waarmee ie kinderen emotioneel zou kunnen beschadigen. Die gaat met ziekteverlof. Net zo goed, wanneer een leerkracht zich zou vergrijpen aan een kind. Die zou ik acuut ontslaan. Daar zou ik geen enkele clementie mee hebben. Dat is de consequentie, van het stukje veiligheid bieden aan de kinderen in de eerste plaats. Maar, aan de andere kant. Een kind van twaalf, dat de veiligheid van de leerkracht ontneemt. Ernstig en bewust. Of een ouder, die met een mes op een leerkracht afkomt. Die ouders, en kinderen, schop ik ook direct van school af. Daar bewaak ik ook die veiligheid.


Niet de softe kant, dat jongetje vertoont dat gedrag want………
Nee. Een serieuze situatie, dan is het weg! Er zijn wel eens conflictmodellen……………….
Als dat leidt, tot emotioneel, sociaal storend gedrag, maar er gebeurt niets levensbedreigends dan halen we het kind uit de groep, en krijgt het individuele aandacht. We overleggen met de ouders of het kind te handhaven is. We schoppen het niet zomaar van school. We blijven het kind volgen. All the way…………………..
Dan ook niet op de softe tour. Maar wel hulp. Ik blijf die veiligheid voor kinderen, en leerkrachten, en die betrokkenheid, voor op stellen. Waarbij groeps- voor individueel belang gaat. ………………. Ik praat over kinderen, die al dermate afgezakt zijn, dat ze gewend zijn…………………….messen, justitie, gelukkig een doodenkele keer……………Die zijn weg.


Dan trek je een grens……..
Die veiligheid, collega’s. Het veilig naar school kunnen.
Dus gebeurt er iets met Rico. Dan is het van elementair belang, dat zijn broertjes ………… Is het gelukt?
Je hebt je best ervoor gedaan. Zolang die kinderen, alle drie, gewoon met plezier naar school gaan. Denk ik, dat het redelijk gelukt is. Dan hadden ze thuis wel gezegd, we willen naar een andere school. Dan was dat verstoord. Zolang ze dat juist niet willen. Is het blijkbaar goed gegaan. Onder de omstandigheden……



Terug naar boven