| |
Interview met juffie Sandra op de Timotheus school.
Heel kort. Alleen tijdens het buitenspelen, omdat ik de andere kleuters
niet zie. Op dat soort momenten en niet elk kind valt op. Ik kende
hem wel van het zien lopen. En helemaal toen ik Chris zag, dat was
gewoon twee druppels water, dat was gewoon een beetje eng. Net alsof
hij er weer liep. Dardoor ben ik hem wat beter gaan leren kennen.
Wat meer van hem gehoord.
Hoe lang werk je hier al op school?
Ik werk hier nu bijna drie jaar, dit is mijn derde jaar nu.
En Rico, heb je die gekend?
Maar heel kort, en alleen van het buitenspelen. Op het moment, dat
ik de andere kleuters ook zie. Dat zijn incidentele momenten, omdat
je niet altijd met dezelfde collega buiten bent. Dus ik heb hem
wel zien lopen, maar hem kennen, niet.
Wanneer hoorde je voor de eerste keer dat hij ziek was?
Daar heeft mijn collega Ellen, meteen over verteld natuurlijk. Dat
heb ik meteen gehoord. En ik wist al vrij snel, dat ik zijn broertje,
Chris, in de klas zou krijgen. Toen ik dat eenmaal wist, dan ga
je je dat ook veel meer aantrekken. Omdat je weet; straks komt zijn
broertje, hoe moet ik dat straks gaan opvangen. Vanaf het moment
dat moeder kwam vertellen; ik vertrouw het niet, wat vind jij? !Dat
Ellen zei, ga maar met hem naar de dokter
.. Vanaf dat moment
wist ik het al. Daar hebben we elkaar in gesteund en dat vertellen
we elkaar ook allemaal.
Hoe doen jullie dat, elkaar steunen?
Door er heel veel over te praten. En elk moment, dat we elkaar zien
het erover te hebben. Elkaar op te zoeken, ook buiten schooltijd.
Niet je deur sluiten en meteen naar huis. Maar nog even langs gaan,
van hoe ginghet vandaag. Red je het een beetje.
Nu vertel je net, dat je wist dat je Chris in de klas zou krijgen.
Ben je voorbereid op dergelijke situaties, tijdens je opleiding.
Wordt daar aandacht aan besteed?
Te weinig. Ik wist niet zo goed, wat ik ermee moest. Chris zijn
moeder is wel bij me geweest, op het moment, dat Rico al was overleden.
Ze was bezig met het zoeken van artikelen op internet. Die heeft
zij toen voor mij gecopieerd Over rouwverwerking bij kinderen, en
hoe je daarmee om moet gaan. Die heb ik toen ook doorgelezen. Maar,
ook al vertellen ze je erover. Elke situatie is anders. Je kunt
je er bijna niet op voorbereiden. Omdat ik nog niet zo lang meedraai,
viel dat toch even rauw op mijn dak. Hoe ga je hiermee om
?
Ik heb in het begin ook heel veel problemen gehad met Chris. Het
was heel moeizaam. Ik kwam niet in contact met hem. Hij was alleen
maar boos. Heel boos! Hij keek ook alleen maar boos. De eerste maanden,
heb ik hem ook niet zien lachen. Dan pakte hij ineens zijn stoel,
en ging hij omgedraaid in de kring zitten. Of hij pakte zijn stoel
op, en ging in een hoek zitten. Je kon hem niet bereiken. Daar heb
ik in het begin veel moeite mee gehad. Wat doe je dan. Toen ben
ik met de adjunct-directrice Alma gaan praten. Die zei; probeer
wat meer een op een situaties met hem te doen. Ga ook eens naast
hem zitten. Vraag hem er eens naar, en kijk hoe hij dan reageert.
Dat ben ik steeds meer gaan doen. Toen is er eindelijk een band
ontstaan. Maar dat heeft maanden geduurd. Hij was zo boos, zo boos!
Echt zijn maatje kwijt.
Waar kon je dat nog meer aan merken?
Ik maakte hem alleen in schoolsituaties mee. Gewoon onbereikbaar.
Als ik iets deed met de kinderen in de hele kring, hij kwam er ook
niet bij. Op dat moment wilde ik hem niet steeds op zijn huid zitten.
Want ik begreep ook waarom hij dat zo voelde. Ik kan ook niet boos
op je worden, omdat je niet meedoet. Ik laat je ook maar even. Dat
is heel moeilijk voor andere kinderen. Die denken waarom, mag hij
wel omgekeerd met zijn stoel zitten? Ik wil liever ook niet meedoen.
Dan krijg je dat soort situaties. Maar daar zijn we uitgekomen.
Door hem veel aandacht te geven, en veel met hem te praten
Heb je het met hem dan ook over Rico?
Daar heb ik wel op een gegeven moment naar gevraagd. Hoe het nu
gaat, en hoe het nu thuis is. Of hij wel eens aan Rico moet denken.
Dan kwam er wel een antwoord. Maar niet een heel verhaal. Zo van,
ik ga nu een tekening maken, die ga ik dan naar hem toebrengen.
Dan was het ook klaar. Het is niet zo dat hij uit zichzelf naar
mij toe komt daarover. Als ik het erover wil hebben, dan moet ik
erover beginnen.
Kun je nog andere dingen aan hem merken, aan Chris.
( Er volgt enige uitleg).
Chris is niet een jongen die zich heel sterk uit. Het is niet een
kind, dat heel erg boos, of heel erg verdrietig kan worden. Hij
is vrij oppervlakkig. En als er ruzies zien, zal hij wel naar me
toe komen, om dat op te lossen. Het is niet een kind, dat zich heel
erg uit. Als ik dan iets wilde weten over Rico, of als ik dacht,
nou kan ik er wel eens over praten. Dan moest ik dat aandragen,
en aangeven. Dan nog krijg je het er moeilijk uit. Hij praat heel
moeilijk.
Dat is heel erg moeilijk voor jou, Het is bij ieder kind anders.
Is dit voor de eerste keer, dat je zoiets meemaakt?
Dit heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Ik heb stage gelopen, vier
jaar lang. Dus ik wist ook niet goed hoe ik daarop moet reageren.
Ik hulp van collegas gevraagd. Hoe ga ik daarmee om.
Als je nu terugdenkt aan je opleiding. Wat zou daaraan verbeterd
kunnen worden.
Er was een keuzemodule, rouwverwerking voor kinderen. Maar ik denk
dat ze dat sowieso in het programma moeten stoppen. Bij een grote
school, zoals wij, is de kans dat zoiets gebeurt groot. Dan hoeft
dat niet zozeer met een broertje of een zusje te zijn. Een oma.
Ik heb nu een kleutertje die zijn oma verloren is, en die daar ook
niet mee om kan gaan. Moeder kwam al naar mij toe, wat moet ik daarmee
doen. Je hebt prentenboeken, weet ik nu, die je daarvoor kunt gebruiken.
Op de opleiding wordt daar te weinig aandacht aan besteed. Ze zouden
het in het vaste programma moeten stoppen. Het is heel belangrijk,
heb ik nu wel gemerkt.
Nu is de houding van de ouders natuurlijk vrij bepalend. Hoe wordt
daar thuis mee omgegaan. Merk je daar wat van?
Ik zie de ouders van Chris niet elke dag. Er zijn ouders die elke
dag meekomen en een spelletje in de klas doen. Maar Chris, wordt
heel vaak door zijn oudere broers gebracht. Die zetten hem in de
klas, en dan gaat Chris zelf aan de gang of met de andere kinderen.
Maar op het moment dat
.. Marleen zie ik vaak, dan zie ik wel,
dat die band goed is. Dat het echt een moeder-kind relatie is, en
dat ze heel beschermend is. Vrij normaal. Daar merk ik niks anders
aan. En op de rapportgesprekken, komen ze altijd beiden. In het
begin, toen ik hem net had, dan praatten we er wel eens over. Hoe
gaat het nu thuis, lukt het een beetje. Maar ik merk dat zij het
ook moeilijk vinden, om erover te praten. Je wil niet de hele boel
weer ophalen. Toch even vragen, gaat het goed. Hoe is het met Chris
thuis. Dan was het vaak niet anders, dan op school. Het gaat
.
Het ene moment is moeilijker, dan het andere. Met Chris in de klas
ook. Hij had buien, hele boze buien.
Je ziet wel duidelijk verbetering
..
Ja! Alleen de band al die ik nu met hem heb. Het is sowieso belangrijk.
Dat wil je met elk kind in de klas. Zeker dan met zon kind.
Daar wil je iets extras aan geven. Dat is uiteindelijk wel
gelukt.
Vind je dat niet moeilijk ten opzichte van de andere kinderen in
de klas?
Nee. Hij is nu niet anders dan de anderen. Hij had wat extra aandacht
nodig in het begin. Om zich veilig te voelen en juf weet ervan,
als er iets is kan ik naar haar toe. Het is veilig hier, het is
goed hier. Ik kan hier mezelf zijn. En nu behandel ik hem niet anders
dan anderen. Dat zou niet goed zijn. Dat doe ik met niemand. Niemand
heeft voorrang.
Is er ruimte op school voor rouw?
Dat zou altijd kunnen. Als dat bij een kind bij mij in de klas nu
weer zou gebeuren, nu weet ik er meer van. Ik zou er aandacht aan
gaan besteden. Er zijn prentenboeken van. Die zou ik voor gaan lezen.
Proberen een gesprek daarover te voeren. Die kennis had ik toen
niet. Het kwam zo plotseling. Het enige wat ik dacht: ik moet een
band krijgen met Chris. Zodat hij met plezier naar school komt.
Dat is gelukkig nu wel zo.
Wat gebeurde met de andere kinderen op school. Vooral tijdens het
buitenspelen. Als de klas van Rico buitenkwam. En ze zagen Chris
lopen, dat ze Chris, Rico gingen noemen. Misschien soms expres,
maar misschien ook omdat ze in de war raakten. Want ze lijken zo
ontzettend op elkaar. Chris vond dat heel erg vervelend. Dat hij
zei, juf ik ben Rico niet ik ben Chris. Rico is boven
. Ze
hebben hem nooit geplaagd ermee. Die buien die hij in het begin
had, dat koppelde de kinderen niet aan het verlies, dat hij had.
Chris heeft geen zin, hij heeft een vervelende bui. Waarom doet
hij nou niet mee? Daar zijn ze te klein voor.. .. Om het besef te
hebben, Chris kan wel eens boos of verdrietig zijn, om het feit
dat Rico er niet meer is.
Jij koppelt die buien, wel aan het verlies van Rico?
Ja! Zeker weten. En moeder volgens mij ook. Ik heb het er in het
begin met haar over gehad. Hij is alleen maar boos, en ik dring
niet tot hem door. Hij komt niet naar me toe. Zij zei ook; Hij is
gewoon zo boos! Zo dicht op elkaar. Er zat geloof ik net een jaar
tussen. Net een tweeling
Dat doet pijn, als je je maatje kwijtraakt.
Hoe zal het verder gaan met Chris?
Ik denk wel goed. Het is op zich wel een kind, dat daarmee uit de
voeten kan. Wat wel belangrijk is, dat daar thuis over gepraat blijft
worden. Ik weet ook verder niet hoe dat thuis gaat. Of ze daar onder
elkaar over praten. Dat er met bepaalde gebeurtenissen, weer dingen
oproepen. Ik denk dat praten heel belangrijk blijft. Misschien voor
later, als hij ouder is. Hij is nu vrij klein. Het dringt niet helemaal
tot hem door. Dat hij het besef nog niet heeft. Hij komt er wel.
(Lacht). Daar ben ik van overtuigd!
Terug
naar boven
|
|