| |
Zijn
er spullen hier van je pappa?
Zinzy: Ja. Op mijn moeders kamer, liggen horloges. Het ene horloge,
is van mij. Dat mag ik niet om, dat is veel te groot. Fotos
van pappa en allemaal spulletjes
er ligt een gebroken
ketting, die hadden ze stukgetrokken. I heb een pasfoto van hem,
waar weet ik niet meer. Die had ik hier ergens liggen
. Deze.
Ik heb ook nog een andere, maar die heeft mijn zus. Zijn gereedschap
ligt nog hier, sommige kleren, en schoenen. De rest is allemaal
weggegeven. Petten in ieder geval, schoenen liggen er nog
.
Int: Denk je veel aan hem?
Zinzy: Ja.
Int: Waar denk je dan aan?
Zinzy: Wat mn pappa heeft gedaan
.
Int; Kun je een voorbeeld noemen?
Zinzy: Ik denk heel veel aan feesten. Met kinderfeesten, dat ie
mee was. Dat we weg zijn gegaan. Aan dat soort dingen, denk ik heel
vaak.
Op speciale dagen, dan mis je je pappa.
Zinzy: Ja
.
Int: Zijn het speciale dagen?
Zinzy: Nee
Int: Dus eigenlijk altijd. Dan gebeurt er iets, en dan denk je ineens
aan pappa. Word je dan verdrietig, of juist vrolijk
Zinzy: Soms ben ik vrolijk, soms word ik ook verdrietig, dat is
heel verschillend.
Int: Wanneer heb je voor het laatst aan hem gedacht?
Zinzy: Op school.
Int: Heb je er ook over gepraat?
Zinzy: De juf vroeg, wat we allemaal hadden gedaan. Toen zei ik,
er wordt weer gefilmd over pappa. Toen begonnen we erover te praten.
Want een nieuw jongetje bij mij in de klas, die heeft het meegemaakt.
Hij had het over een pretpark of zo.
Int: Dat begrijp ik niet.
Zinzy: Hij had het over een pretpark. Hij zat er doorheen te praten.
Hij wist niet waar we het over hadden.
Int: Hij wist niet dat jouw pappa dood is
.
Zinzy: Nee, dat wist ie niet.
Int: Toen heb je het verteld
.
Zinzy: Nee, de juf heeft het verteld.
Als je terugdenkt aan pappa, wat voor dingen deden jullie dan met
hem?
Zinzy: We zijn naar het pretpark geweest in de zomer, en zijn heel
vaak gaan zwemmen.
Int: Doe je dat soort dingen nu nog/
Zinzy: Met mamma?
naar een pretpark doen we niet zo
vaak meer. Daar hebben Zoey en ik helaas geen tijd voor. Zondag
alleen maar. Dan moet mamma meestal werken. En vrijdag kunnen we,
en maandag
..
Int: Ja, jullie hebben het druk he? Je zegt, ik denk altijd aan
hem, maar als het nou een feestdag is denk je extra aan hem
Zinzy: Ja, want daar zijn we dan vaak met hem geweest.
Int: daar komt dat door? Wat doe je dan, ga je naar mamma toe?
Zinzy: Nee, dan ga ik verder spelen.
Int: Kan je je nog herinneren toen pappa dood ging. Toen sliep jij
nog.
Zinzy; Het is s nachts gebeurd.
Int: En hoe hoorde jij het toen?
Zinzy: Mamma kwam s ochtends naar me toe met Zoey. Toen zeiden
ze dat pappa was overleden. Eerst geloofde ik het niet. Toen ben
ik gaan kijken. Toen wist ik, dat het waar was.
Wat heb je toen gedaan?
Zinzy: Toen ben i niet naar school gegaan. Zoey ook niet. We mochten
wel naar school. Het is vorig jaar gebeurd.
Int: En toen je wel weer naar school ging?
Zinzy: Heb ik het aan de juf verteld. Aan de kinderen verteld. Die
vroegen, hoe is het gebeurd! Heb ik het hel vaak verteld. Een meisje,
kwam het heel vaak vragen.
Int: Wat vertel je dan/
Zinzy: Wat er is gebeurd, en hoe.
Int: Vertel eens?
Zinzy: Bloedpropje is in zijn longen geschoten. Toen stikte hij.
Toen is de ambulance geweest. Ze dachten eerst dat het iets aan
zijn hart was. Mamma zei, nee. Toen ben ik gewoon weer naar school
gegaan.
Int; Jij hebt het op school verteld. Hoe reageerden de kinderen
daarop?
Zinzy: Niet zo blij. Iedereen vond het heel erg. Ik vond het zelf
ook niet zo leuk, maar.
.. ik moest wel gewoon gaan spelen
van juf. De eerste twee dagen, ben ik binnengebleven. Wou ik niet
naar buiten. Toen mochten er kinderen bij me blijven. Twee vriendinnetjes,
en een vriendje.
Praat je er wel eens met Zoey over?
Zinzy: Nee, want Zoey wil nooit. Die heeft nooit tijd. Anders gaat
ze weg, of zit ze weer dit of dat te doen.
Int: En met je moeder?
Zinzy: Ook niet
..
Int: Met wie praat je er het meest over?
Zinzy: Met de juffrouw. Ik praat er met niemand zo veel over. Hun
vinden het niet leuk, en ik vind het niet zo leuk. Ik vind dat niet.
Kinderen wel. Een vriendinnetje van mij, had een opa, die is overgereden.
Hij was al zesentachtig. Die heeft ze nooit gezien. Ze heeft hem
alleen op foto gezien. Ik heb ook een opa nooit gezien. Ik weet
ook niet hoe die heet, en hoe hij eruitziet.
Int: dat is heel anders, hè? Dus met de juf praat je er veel
over. Zou je dat wel graag willen met Zoey?
Zinzy: Met Zoey erover praten, nee. Anders, dan gaat ze weer huilen.
En dan vindt ze het niet meer leuk, en dan wil ze er niet meer over
praten. Laat maar (zucht).
Int: En je moeder
Zinzy: Zij wil er wel over praten. Maar ik niet met haar. Dat vind
ik niet leuk voor haar. Dus, doe ik het niet. Alleen juf wil erover
praten..Soms zeg ik, we zijn nog bij de begraafplaats geweest. Ben
ik wel gewend. We kunnen de laatste tijd niet meer zo veel. We hebben
veel verjaardagen.
Int: Is mamma er erg verdrietig over?
Zinzy: Weet ik niet.
Int: Heb je haar nooit gevraagd? Is je kamer al opgeruimd.
Terug
naar boven
|
|