Welkom

Over de stichting

Achtergrond & doelstelling

In de pers

Nieuwsbrief

Donaties

Contact

Zelfdoding

DVD 'Maar ik ben...'

DVD 'Afscheid'

Overleden moeder

Overleden vader

Overleden kind

 

Bestelpagina

Voorlichtingsprogramma

Rouwprotocol

Rouwhulp

Gedichten

Catalogus

Links

 

Ons email adres is:

kindenrouw@planet.nl

 

Deze website is ontworpen en gebouwd door ddc amsterdam

 

Aantal bezoekers sinds
1 februari 2004:


Laatste update was op:
14 april 2012

 
   
   


Interview met Kelly 2

 
  Int: Er is een hoop gebeurd hè, de afgelopen............
Kelly: Ja, voornamelijk met mijn vader.
Int: Kun je vertellen wat er is gebeurd?
Kelly: Ja, hij heeft al een nieuwe vriendin. Na tweeëneenhalve maand. Dat is een beetje erg snel, naar mijn mening. Op zich is het een aardige vrouw, daar kan ik niks van zeggen, maar. Het is stom. Zij is ouder dan hij. Zij is vierenvijftig, hij is eenenvijftig. Een jongere partner, dat ook nog eens. Daar schijnt hij samen de zaken mee te willen runnen. Dus, toen werd ik natuurlijk hels. Blij ben ik er niet mee, laat ik het zo zeggen. En ik kom achter steeds meer dingen, hoe mijn vader daadwerkelijk is. En dat bevalt me niks. Het is een groot kind. Ik ben eenentwintig en ik ben volwassener dan hij met zijn eenenvijftig jaar. Dat vind ik toch wel triest, eerlijk gezegd.
Int: En blijkt dat nu na het overlijden van je moeder?
Kelly: Ja. Mijn moeder heeft altijd alles moeten regelen, als mijn vader zijn zin niet kreeg was het drammen. En nu merk je, nu mijn moeder er niet meer is, moet hij alles zelf regelen, en eigenlijk kan hij niet alles zelf regelen. Je ziet nu dat mijn moeder de drive achter alles geweest is, dat zij alles moest doen. Nu laat hij dat op zijn beloop. Een vrijwaringsbewijs, ik weet niet eens of hij dat naar de verzekering gebracht heeft of zo. Het is mijn probleem niet. Ik betaal het mijne en ik betaal er geen cent aan mee wat dat betreft. Hij koopt zich een nieuwe auto op de zaak van 10.000 euro, en ik sta nog steeds voor half geld te werken. Ja, anders kan hij dat niet. Toen heb ik hem eergisteren gezegd, ik wil ook mijn volledige loon. Want wij komen er anders niet.
Int: En krijg je dat?
Kelly: Ja! Kom, daar heb ik recht op. Als ik dat niet gekregen had, had hij een heel groot probleem gehad. Dan waren er koppen gaan rollen, om het zo maar eens te zeggen. Het kan niet zo zijn, dat hij zichzelf een nieuwe Volvo koopt, en ik maar moet zien hoe ik daar kom. Zo kan het dus werkelijk niet.
Int: Er is wel heel veel gebeurd dan, in heel korte tijd.
Kelly: Mmmmmmm. Nee, ik leer mijn vader daadwerkelijk kennen. Ik heb vroeger daar schijnbaar mijn ogen voor gesloten. En nu word ik keihard geconfronteerd met de realiteit. Net zo goed op die donderdag, toen hij die nieuwe vriendin had, zette hij me met m’n rug tegen de muur. Ik kom daar, ik zou voor hem meekoken, spinazie met braadworst, ik was de spinazie vergeten. Ik ga de spinazie halen, kom ik terug, zit daar een vrouw. Niet echt op gelet. Ik vraag aan die andere mensen aan tafel wat ze te eten willen, ik ga dus de bestelling opmaken. Ik vraag of die vrouw al besteld heeft. Nou zegt hij, ze drinkt eerst nog een kopje koffie. Dus ik denk, dat zal wel. Hij zegt, ze komt eigenlijk voor mij. Ik zeg, oh. Ik stond eigenlijk met mijn mond vol met tanden, zo van wat is dat nou? Ja, zegt hij, daar heb ik mee afgesproken. Toen ben ik verder gegaan met het werk. Vraagt hij op een gegeven moment, heb je genoeg voor vier man? Ik zeg, ja je weet ik heb altijd genoeg, ik heb altijd te veel. Oh, dan kunnen we gezellig met zijn vieren eten. Nou, op dat moment was ik eigenlijk hels, maar je laat niks blijken. Want je gaat niet een hoop branie schoppen als er veel mensen bij zijn, dat zowieso al. Met z’n vieren gegeten. Ik denk, nu gaat hij de gezinsman uithangen en dat is hij voordien nooit geweest. Ik had echt zoiets van, dit is huichelen. Toen heb ik bepaalde dingen tegen die vrouw en mijn vader gezegd, dat hij een ochtendhumeur heeft enzo.
Kelly lacht intussen

Ik denk misschien taait ze dan af, maar ze is nog niet afgetaaid.
Int: Hoe voelt dat nou voor jou, een andere vrouw voor hem?
Kelly: Het voelt alsof hij nooit van mijn moeder gehouden heeft. Na tweeëneenhalve maand, dat kan er bij mij niet in. Dat er een andere vrouw kwam, oké, dat was ook wel normaal. Maar niet al na tweeëneenhalve maand. Dan denk ik, in de vijfentwintig jaar heeft hij gewoon niet van mijn moeder gehouden.
Int: Dat is wel heel hard, dat je dat denkt.
Kelly: Nee, hij is hard door nu al met een andere vrouw op de proppen te komen! Dat is veel harder denk ik. Ik heb hem ook gezegd, dat ik er ook niks over wil weten. Want er was ook een keer, een negenendertig jarige vrouw, die kwam op het werk een keer proefdraaien, daar zat hij al achteraan, of ik even een afspraakje wilde regelen. Nou, dat vind ik veel harder, om dat aan je dochter te vragen. Mijn moeder was amper een maand dood, en dan al vragen. Dat vind ik veel groffer. Harder dan wat ik denk, dat weet ik eigenlijk wel zeker. Ik heb hem toen gevraagd om daar rekening mee te houden. Hij doet het toch niet. Hij denkt alleen aan zichzelf. Dan kan hij het voor mij opsoppen. Ik heb ook gezegd, Patrick je hoeft niet meer bij hem te gaan schelden, want dat is afgelopen. ( Patrick is Kelly’s vriend) Ik ben wat dat betreft hard. Als ik het hem zeg, dan kan hij rekening met mij houden. Als ik nou niks had gezegd, oké. Maar ik heb het hem gezegd, en dan toch doen. Nee, dan denk je alleen maar aan jezelf. Dat kan er bij mij niet in.
Int: Ik kan me voorstellen voor jou, want je was eigenlijk altijd heel goed met je vader........
Kelly: Ja, wás goed, ja.
Int: En misschien zelfs wel wat minder met je moeder?
Kelly: Ja. Achteraf denk ik, als de dingen die ik nou te weten ben gekomen, als ik die veel eerder had geweten, dan was dat contact met mijn vader niet zo goed geweest, dan had ik een beter contact gehad met mijn moeder. Mijn vader is wat dat betreft achterbakser. Hij zegt dingen achter je rug om en een hoop schelden, maar recht in je gezicht zegt hij niks. Dan had je beter mijn moeder kunnen hebben, want die zei het je recht in je gezicht. En dan was het weer goed. Achteraf, nee. Dat komt ook denk ik niet meer goed met mijn vader. Nee.
Int: Maar hoe is dat nu, want eigenlijk heb je nu helemaal geen ouders meer.
Kelly: ( Lachend) Nee, ik heb al gezegd, ik ben een weesje! Een weeskind. Ik weet niet, ja voor mijn moeder vind ik het veel erger achteraf. Je moeder is er daadwerkelijk niet meer, je vader eigenlijk ook niet meer, maar hij is nog wel lichamelijk aanwezig, om het zo maar te zeggen. Mijn moeder is meer geestelijk aanwezig. Zo leg je dat uit, denk ik.
Int: Hoe ga je daarmee om voor jezelf?
Kelly: Gewoon verder leven, ik sta daar niet te veel bij stil. Als je daarbij stil gaat staan, ja dan word ik gek. Dat ben ik niet van plan, voor hem niet, voor niemand niet. Dat wil niet zeggen, dat het me geen pijn doet. Het doet me wel degelijk pijn, om mijn vader op deze manier te leren kennen. Maar het is niet anders. Ik kan hem niet op een andere manier leren kennen, want zo is hij niet. En de grafsteen van mijn moeder, hij zou maandag of dinsdag bellen, ja..... Terwijl de steen al lang uitgezocht is. Eén augustus zou die geplaatst kunnen worden. Ja, dat gaat nu niet meer, je moet sowieso zes weken wachten. Nee, het hoeft voor mij helemaal niet zo.
Int: Je bent echt hels, hè?
Kelly: Ja, ik ben hels. Hij kan van mij wat dat betreft de boom in.
Int: En weet je vader dat ook?
Kelly: Nee, nee. Ik heb hem wel gezegd, dat ik niet kom. Ik denk wel dat hij nattigheid voelt. Als ik hem vroeg of die vrouw daar was, zijn nieuwe vriendin, ik zei niet haar naam, ik weet haar naam, maar ik zei haar naam niet. Dat vertik ik gewoon. “Die vrouw” is het. Nou ben ik zelf ook niet de makkelijkste, dat weet ik wel. ( Kelly lacht). Maar, dit hoeft voor mij allemaal niet. En ik denk velen met mij, in zijn omgeving. Die het niet kunnen accepteren. Zo vlug al, laat ik het zo zeggen. Een half jaar, oké, maar niet na tweeëneenhalve maand al. Dat kan er bij mij gewoon niet in.
Int: Als je je in hem verplaatst, kun je dan begrijpen waarom hij dat wel zo gedaan heeft?
Kelly: Nee. Nee, kan ik niet. Ik ben wat dat betreft heel anders. Als Patrick zou komen te overlijden, dan ga ik niet na tweeëneenhalve maand al naar een andere vent. Nee. Ik zou eerst mijn verdriet eens verwerken en ik ga een ander daar niet mee opzadelen. Dat zou ik doen. Nu zadelt hij die vrouw met zijn verdriet op, als hij al verdriet heeft. Dat is ook nog maar de vraag. Hij toont ook totaal geen emoties ofzo. Terwijl ik hem dat ook gezegd heb, maar... Ik zou hem opvangen, maar zo kan ik hem niet opvangen en zo wil ik hem ook niet opvangen. Dat heeft toch geen zin. Hij doet toch waar hij zin in heeft, en alles, dus dat hoeft voor mij niet.
Int: En wat zou je moeder daarvan denken?
Kelly: Mijn moeder draait zich om in haar graf. Dat weet ik zeker. Maar eigenlijk wist ze het al van tevoren. Ze heeft tegen Jelle gezegd, die heeft heel gauw een ander, zoals zij dat dan zei, een ander wijf. Het is ook zo. Het is een geluk dat mijn moeder haar sieraden al allemaal verdeeld had, want volgens mij woont hij al praktisch met haar samen zowat. Dus blij dat, dat al verdeeld is. Mijn moeder voelde wat dat betreft, alles aankomen. Ze kende mijn vader ook al vijfentwintig jaar. Voor haar is dat, denk ik, geen verrassing. Voor mij wel. Geen leuke verrassing. Helaas.
Int: Dus nou moet je heel erg voor jezelf zorgen, aan je eigen toekomst denken en werken. Doe je dat ook?
Kelly: Ja. Ik ben een opleiding begonnen, boekhouden. Ik zou zowieso weg gaan, dat had ik hem al gezegd. Ik zorg wel dat het af komt.
Int: Dus niet bij hem in de zaak meer...
Kelly: Nee. Het zou ook nog kunnen zijn dat hij ooit nog gaat verhuizen. Je weet ik ga niet mee. En ik ga ook niet mee, daar heb ik geen behoefte aan. De fout die mijn moeder gemaakt heeft, is hem overal achterna te gaan, die fout ga ik niet maken. Hij moet zichzelf maar zien te redden. Hij kan niet op mij gaan leunen. Ik zou andersom op hem moeten leunen. Ik leun wel op mezelf, dan kom ik wel goed terecht.
Kelly lacht
Int: Wat heb je voor plannen, met je opleiding?
Kelly: Met onze toekomst, stel dat ik kinderen zou krijgen, dan wil ik thuis kunnen werken. Dat kan op die manier. En als je in de horeca werkt ofzo, dan kan je absoluut niet thuis werken. Dus met het oog daarop, wil ik dat. Hier moet ik veel te hard werken voor m’n centen. Daar heb ik geen zin meer in. Dan maar even m’n hersens gebruiken, dan komt het wel goed. Daar ben ik niet bang voor. Nee, totaal niet. Ik heb het in me, dus maak er gebruik van zou ik zo zeggen. Dus dat ga ik doen. Ik heb het twee weken geleden gekregen, ik heb nooit op school huiswerk gemaakt, nou heb ik al huiswerk gemaakt. Meteen de dag erna, toen ik het in huis had. Dus, dat komt wel goed. Gelukkig.
Int: En weet je vader dat je daar mee bezig bent.
Kelly: Ja. Dat heb ik hem verteld, tuurlijk. Mag hij best weten. Ik bedoel, ik wil vooruit komen. Dus dat mag hij weten. Hij was er zelf altijd op aan het hameren, dat ik maar eens een studie moest doen, of weet ik wat. Mijn school af moest maken, laat ik het zo zeggen. Ik doe het op mijn manier wel. Dan maar op deze manier. Een jaartje, en dan kun je eventueel verder gaan. Hij weet alles. Daar heb ik geen geheimen over. Hij weet ook dat ik over een jaar weg ga, dus. Ik zou sowieso al weg gaan, dat wist hij allemaal al. Dan weet hij ook waar hij aan toe is.
Int: Er zijn eigenlijk een heleboel dingen, die je hem zou willen vertellen misschien, maar die je misschien niet vertelt om te beschermen?
Kelly: Nee, om mezelf te beschermen, dat ik niet uitflip. Niet om hem te beschermen, wat hij doet, kan ik ook. Hij denkt aan zichzelf, ik denk ook aan mezelf. Het is misschien wel kwaad met kwaad vergelden, maar... dan flip ik helemaal uit en dan ga ik ook nog weg daar in de zaak. Dan heb ik ook geen financiën, zeg maar. Dus ik hou het wel rustig. Ik doe gewoon heel afstandelijk, dat is misschien het beste op dit moment.
Int: Maar dat voelt voor jou echt, alsof hij nooit van je moeder heeft gehouden.
Kelly: Ja, hij heeft mij belogen vind ik. Ja hij heeft mijn moeder belogen, zo voelt dat.
Int: En voelt het nu zo, dat je het op moet nemen voor je moeder?
Kelly: Ja. Ik neem het ook op voor mijn moeder. Ik denk dat ze van mijn moeder een verkeerd beeld hebben gehad, ten opzichte van mijn vader. Dat mijn vader degene is, met zijn stampvoeten is het gewoon een groot kind en dat mijn moeder wel moest. Dat ben ik ook overal gaan zeggen. Ik neem het wel op voor mijn moeder. Dat doe ik wel. Ze heeft het ook altijd opgenomen voor mij, dus... waarom niet, achteraf bekeken. Dat zie je altijd pas achteraf, dat is een nadeel. Ik wou dat je dingen eerder zag, dan kon je er eerder wat aan doen. Dat zie je helaas niet. Dat vind ik het jammere van het hele verhaal.
Int: Nou, dat lijkt me voor jou een enorme domper.
Kelly: Achteraf denk ik dat mijn vader, niet dat ik nu vind dat mijn vader maar moet gaan ofzo, dat bedoel ik niet. Maar, ik denk achteraf gezien, had mijn vader beter kunnen gaan inplaats van mijn moeder. Waarom, mijn moeder had zich daar beter in teruggevochten. Die had haar zaakjes beter op orde gehad en alles. En daar was wel degelijk nog iets van terecht gekomen. Maar mijn vader op deze manier komt er niks van terecht. Hij wil zijn huis gaan verkopen, nou hij doet maar. Ik heb een foto van mijn moeder geklauwd. Dat vind ik ook zo frappant. Ik heb een foto van de muur gehaald en hij belt niet eens op met, waar is de foto? Twee dagen later vertel ik hem dat dan. Als ik een foto van de muur heb gehaald, dan vraag je toch waarom ik dat geklauwd heb?! Maar het lijkt hem allemaal niks te boeien. Gewoon onverschillig. Dat hoort zo niet. Als je daadwerkelijk van iemand hebt gehouden, doe je dat niet. Dat maakt me gewoon kwaad. Hij liegt ook. Hij zei ook dat hij naar iemand toe was geweest en achteraf blijkt dat hij daar helemaal niet naar toe is geweest. Maar naar z’n nieuwe vriendin ofzo, van die dingen. En ik weet honderd procent zeker, dat hij tegen die vrouw “schat”zei. Wat zei je daar nou? Schat?! Nee, dat zei ik niet, dat hoorde je niet goed. Terwijl ik het eigenlijk voor honderd procent zeker weet. Daar kan ik zowieso al niet tegen. Liegen moet niet, dan moet het maar zo. Ik kan me daar niet meer zo druk om maken, denk ik.
Int: Is er nog iets wat je wilt zeggen?
Kelly: Niet echt, ik heb er niets meer aan toe te voegen. Nee.
Int: Ik heb ook al een hoop gehoord.
Kelly: Nu hoort hij hoe het werkelijk is.
Int: Dank je wel.



Terug naar boven