| |
Over Charissa en haar moeder:
Je ziet dat ze, naast dat haar moeder doodgaat, overal alleen voor
lijkt te staan. Ze moet van alles regelen en ik krijg de indruk dat
ze weinig steun heeft van haar omgeving. Dit staat het echte verdriet
in de weg.
Ik zie vooral boos verdriet en af en toe echt rouwverdriet, als je
al kan spreken van verschillende categorieën verdriet, maar dat
bestaat denk ik wel. Bij haar kan je dat ook wel zien. Wanhoopsverdriet,
verdriet van verontwaardiging, verwondering ook; wat gebeurt
er allemaal met mij en wat moet ik allemaal doen. Emoties van
in de steek gelaten zijn en daarbij ook het verdriet om het verlies
van haar moeder. Eigenlijk zou dat het primaire verdriet moeten zijn,
maar dat wordt in de weg gestaan door die andere emoties.
De film roept bij mij een hoop vragen op. Hoe kan dit gebeuren? Hoe
kan het dat een relatief jong meisje -ze was 15 toen het allemaal
begon - in zon situatie terechtkomt? Normaal zitten meiden van
die leeftijd op school, kunnen ze gewoon puber zijn. Zij werd in één
keer verzorger van haar moeder en maakte daarmee een enorme versnelling
door in het volwassen worden. Er wordt veel van haar gevraagd en geëist.
Zij moet de volwassenen spelen maar tegelijkertijd zie je ook dat
ze als heel jong bejegend wordt. Nu lijkt zij een hele sterke meid,
ze redt het wel, maar het is natuurlijk een achterlijke manier om
je puberteit door te komen. Ze moet dingen doen waar menig volwassene
nog niet voor wil komen staan.
Als ik terugga naar het moment dat die moeder ziek wordt denk ik al:
er moet wat gebeuren. Dat bijvoorbeeld de school gaat denken hé,
er gebeurt iets met een leerling van ons en het is niet mis wat daar
gebeurt. Het is bekend dat het gaat om een 1-oudergezin met
maar 1 kind thuis. Daar moet op zn minst aandacht voor worden
geroepen, met behulp van bijvoorbeeld een schoolarts of een leerplichtambtenaar.
En binnen de school zelf moet natuurlijk ook gezocht worden naar een
manier om hun leerling te helpen, kijken waar ze een beetje regie
kunnen overnemen, waar ze het kind een beetje kunnen leiden, een beetje
kunnen sturen en haar een beetje kunnen ontlasten.
En dan, in een verder stadium, op het moment dat die moeder overleden
is en al dat regelwerk komt, dan is jij moet het huis uit
wel heel makkelijk gezegd. Is er ook iemand geweest die heeft opgemerkt:
hoe gaan we haar nu helpen aan vervangende woonruimte? Hoe gaan we
haar helpen met het opvangen van al die financiële problemen
die er komen. Er had een maatschappelijk werker moeten zijn die wat
taken van haar had overgenomen. Ik heb hier het gevoel dat ze er echt
helemaal alleen voor stond en dat vind ik onbegrijpelijk én
onacceptabel.
Ik zou de school allerlei tips kunnen geven. Met wie ze in contact
kunnen treden en wie ze om hulp kunnen vragen waardoor hun leerling
geholpen wordt. Dat is één aspect. Een ander aspect
is het zorgteam, waar een schoolarts in zit en een leerplichtambtenaar.
Via zon zorgteam kun je dan met maatschappelijk werk aan de
gang. Als dat op de rails staat zou ik daarnaast met die school aan
de gang gaan met het behoud van de leerling. De leerling wordt namelijk
geconfronteerd met een ramp. Ze heeft veel zorg voor haar moeder zal
dus veel verzuimen. Ze zal, met andere woorden, geen normaal schoolprogramma
kunnen volgen. Daar is van alles voor te organiseren. Je kunt een
aangepast programma maken waardoor de leerling bijvoorbeeld twee jaar
over een schooljaar doet. Je kunt kijken of je wat kan regelen met
wel of niet aanwezig zijn in de lessen zodat de leerling tijd vrij
houdt om bij haar moeder te zijn. Of je kan helpen door te kijken
naar wie de zorg opvangt als zij niet thuis is. En dan heb je nog
dat andere aspect: de school en het omgaan met een leerling die in
zon afschuwelijke situatie terecht is gekomen. Heel veel mensen
vinden het toch eng om met ernstige ziektes en dood om te gaan, terwijl
zij juist heel veel behoefte aan dat wat niet verandert in haar leven,
namelijk de school. Het zou prettig zijn wanneer ze die school als
een warm bad kan ervaren, een plek waar ze steun en energie kan vinden
om door te gaan. Dus iets met haar klas doen, docenten informeren,
voorlichting geven. Eventueel zorgen dat ze een personal mentor krijgt,
dus iemand die voor haar de spil binnen de school is, bij wie zij
terecht kan maar bij wie ook anderen terecht kunnen als zij vragen
of opmerkingen hebben. Iemand dus die haar een beetje beschermt maar
die ook coacht binnen de school.
Het kan om allerlei redenen misgaan, maar mijn streven is altijd om
in dit soort situaties te zorgen dat de gezonde onderdelen van het
leven die nog over zijn bijvoorbeeld de school - in stand te
houden. Juist omdat een leerling daar veel steun aan kan ondervinden.
De boosheid die uit verdriet voortkomt is meestal gericht op dat wat
je kwijt gaat raken en wat je niet kwijt wilt. Boos worden is een
makkelijke emotie omdat je er gevoelens van je wordt onrecht
aangedaan mee kunt uiten. Die boosheid krijgt extra vorm als
je daar personen aan kunt koppelen. Dat je bijvoorbeeld boos kunt
worden op een arts, een leraar of op een buurvrouw die een vervelende
opmerking maakt. Je kunt in die boosheid heel veel emotie kwijt. Die
boosheid zie je ook heel snel overgaan in verdriet. Boosheid en verdriet
liggen dicht bij elkaar, het zijn emoties die bij het rouwen horen,
die bij rouw en bij het verliesproces horen. En boosheid is in feite
opstandigheid, het je verzetten tegen iets dat jou overkomt, waar
je geen invloed op kan uitoefenen, maar waar je wel mee moet zien
te dealen. Niemand kan eigenlijk zeggen hoe je dat doen moet. Het
is een confrontatie met het machteloze gevoel van wat gebeurt
er in mijn leven, wat gebeurt in de wereld
en waarom ik, waarom wij. Maar boosheid, daar moet je
doorheen. Het zou wel heel makkelijk zijn als je daar zomaar overheen
zou stappen, dan zou je alles maar gelaten over je heen laten komen
terwijl, Als je zo jong bent en op deze manier je moeder verliest,
heb je alle reden om boos te zijn.
Ze zegt het ook een keer heel duidelijk. Je wilt je moeder niet zien
lijden en je wilt je moeder niet kwijt door de dood. Maar je ziet
bij haar ook heel veel andere boosheden en dat zijn boosheden waar
ik ook boos van word als ik ernaar kijk, want het had niet gehoeven.
Er is al boosheid genoeg door het verdriet dat ze moet lijden.
De boosheid dat ze in feite in de steek gelaten is. De boosheid dat
haar moeder niet is geloofd. Als haar moeder blijft volhouden dat
ze die klachten heeft en dat dit dan bijna wordt afgedaan alsof ze
gek is. Zo van u accepteert niet dat u een geestelijk probleem
heeft want u accepteert niet dat u ziek bent geweest, terwijl
ze op dat moment opnieuw ziek is. Het feit dat je niet geloofd wordt,
dat roept boosheid op. Zeker als je de gevolgen daarvan kent. Maar
ze is ook boos op de instanties, die aan de ene kant alles van haar
eisen maar aan de andere kant niks doen om haar te helpen. Dat is
een onvoorstelbaar iets waar je, wat mij betreft, ook ontzettend boos
op mag worden. Het moest alleen iets opleveren. De boosheid is geuit
in de film maar ik vraag mij af wie dat gehoord hebben.
Rouwen is een heel persoonlijk iets en iedereen doet dat op zijn eigen
manier. Iedereen heeft daar ook zoveel tijd voor nodig, om het te
uiten en om zijn of haar weg daarin te vinden. Ik denk wel dat, als
je zoals Charissa ook nog eens geconfronteerd wordt met heel veel
gevolgen van het feit dat je moeder doodgaat, gevolgen die ook nog
eens heel veel aandacht en energie vragen, het langer duurt voor je
weer tot de kern van het verdriet komt, namelijk de dood van je moeder
en wat dat voor jou betekent. Die band is doorgesneden. Het besef
van het alleen verder moeten, dat heb ik in de film niet
zien ontstaan.
Je bent kwetsbaar als je een groot verlies geleden hebt. Je bent heel
sterk omdat er zoveel van je gevraagd wordt en je dat ook allemaal
wel aankunt, maar je bent emotioneel ontzettend kwetsbaar. Mensen
kunnen je maken en breken. Het feit dat Charissa toch doorgezet heeft
(ze moest ook wel, maar ze kon het ook) daar kan ze trots op zijn.
Maar het had niet zo moeten gaan, absoluut niet. Maar ja, je dealt
met wat je krijgt en dat doet ze goed.
Over
de familie Smits:
Leny lijkt heel boos te zijn omdat zij kanker heeft gekregen en
dood gaat. Ze lijkt boos op haar dochter en op haar man omdat die
te weinig aandacht hebben voor haar ziek zijn. Ze lijkt boos op
haar omgeving omdat zij, volgens haar, niet weten hoe erg het is
om dood te gaan en niet weten hoe erg het is om met een ziekte om
te gaan, terwijl ze dat natuurlijk zelf wel weet. En ze lijkt boos
omdat ze het idee heeft dat je als kankerpatiënt geen drieëneenhalf
jaar zou moeten wachten totdat je doodgaat. Een soort verbitterde
boosheid, eenzaamheid ook, en teleurstelling.
Ze zou steun kunnen gebruiken, maar ik weet niet of ze het toelaat.
Ze straalt het in ieder geval niet uit. Ze zal het misschien wel
bedoelen, bedoelen uit te stralen, bedoelen te vragen maar ze straalt
vooral iets uit van: dit is mijn lot en laat mij maar, jullie
begrijpen mij toch niet. Of dat nu door haarzelf kwam, of
door het ziek zijn, dat weet ik niet. We stappen pas laat in het
proces van ziek zijn in. Haar als persoon leer je niet kennen in
het korte tijdsbestek. Maar ik denk dat iedereen die in zon
situatie zit steun kan gebruiken, dus zij ook. Dat zegt ze hier
en daar ook wel, maar ze laat ook blijken er niet om te vragen,
omdat ze bang is voor een teleurstellende reactie.
Wat mij opvalt is eenzaamheid, bij alledrie de personen. Er maar
vanuit gaan wat de ander zal denken, zonder daar concreet naar de
vragen. Steeds menen te weten wat de ander ervan vindt. Eigenlijk
is het een gebrek aan communicatie. Niet praten met elkaar, niet
de dingen uitspreken naar elkaar. Bang om gekwetst te worden, bang
voor een teleurstellende reactie, of bang om jezelf kwetsbaar op
te stellen. Ik heb geen idee.
Als je naar Kelly kijkt en je ziet haar quasi-onverschillige houding
richting haar moeder, zie je tegelijkertijd ook dat ze helemaal
niet onverschillig is. Die onverschilligheid valt helemaal weg nadat
moeder is overleden en zij zo verdrietig wordt bij het voorlezen
van die tekst terwijl ze het altaar maakt. Dan is er
dat besef: ik kan haar echt nooit meer iets vragen en ik kan
echt nooit meer iets tegen haar zeggen. Je moet dan naar andere
middelen gaan zoeken om met je moeder in contact te zijn. Dat kan
ook wel maar het is zo jammer, want ze hebben lange tijd de gelegenheid
gehad om het wel te doen. Toch is dat er nooit van gekomen, lijkt
het. Dat is jammer, want dat maakt het accepteren dat iemand er
niet meer is, het laten slijten van je verdriet, een stuk lastiger.
Daarbij komt ook het nadenken over je eigen aandeel in het geheel.
Waarom is het zo gebeurd? Waarom hebben we nou niet meer met elkaar
gepraat? Waarom hebben we elkaar niet geknuffeld?
Het is zo ieder op een eilandje.
De vader krijgt heel snel na het overlijden van zijn vrouw een andere
relatie. Dan lijkt het alsof iemand zo ingeruild kan worden. Als
je er wat verder over na gaat denken, dan - en dat komt ook in die
film aan de orde - blijkt dat de verwijdering tussen man en vrouw
al is ontstaan op het moment dat Leny ziek werd, drieëneenhalf
jaar eerder. Je kunt dus stellen dat op dat moment het einde van
dat huwelijk in aantocht was.
Met die gedachte kun je zeggen dat drieëneenhalf jaar plus
zes weken een vrij normale periode is om je open te stellen voor
iets nieuws. Maar het komt ook op me over als een soort van vlucht
van ik wil niet alleen zijn, ik heb iemand nodig
en die vrouw komt op mijn pad en ik grijp mijn kans.
Dat begrijp ik ook wel maar of de omgeving dat begrijpt is een tweede.
De reacties die dat oproept, is weer iets wat hij van te voren niet
heeft ingecalculeerd. Zeker niet de reactie van Kelly, die natuurlijk
overdonderd is door dit gegeven en zich distantieert van haar vader.
Het kan voor hem heel logisch zijn maar als je er nooit over praat,
of als je dat nooit hebt laten merken, dan is dat natuurlijk een
complete verrassing voor de omgeving. Dat is dan meteen ook weer
triest want je zou het ook mooi kunnen vinden dat hij zo snel weer
een nieuwe liefde heeft gevonden. Daar kun je toch weer steun en
troost in vinden. Voor hem is het heus wel duidelijk dat er geen
sprake vervanging is. Zijn vrouw zal nooit vervangen kunnen worden.
Zij is een deel van zijn leven. Zeker als je met elkaar een lange
geschiedenis hebt, en een kind.
Als hij had besproken dat er een verwijdering aan het ontstaan was
tussen hem en zijn vrouw, dan was het misschien logischer geweest
voor zijn omgeving, ook voor zijn dochter. Hij had het op zn
minst met zn dochter moeten bespreken. Het kind is haar moeder
kwijtgeraakt en heeft nu het gevoel dat ze haar vader ook kwijtraakt
omdat ze met deze man niet door één deur kan. Hij
is een nieuwe man voor haar, die zomaar ineens een andere vrouw
kan nemen en die haar moeder, bij wijze van spreken, aan de kant
zet.
Daar is ze terecht boos om, zo van daar had je me eerder in
kunnen betrekken. Ik denk dat zij op den duur heus wel zal
begrijpen wat hij heeft doorgemaakt, dat proces van verwijdering,
en dat ze dan zal begrijpen dat er op den duur een andere vrouw
gekomen is. Zes weken is al snel, maar nu is het ook nog eens een
overval voor haar geweest. Omdat haar moeder, in haar ogen, alles
voor haar vader was. Nu blijkt dat toch een beetje anders te liggen.
Dan ben je teleurgesteld en dat vind ik een heel normale reactie.
Maar het is wel een extra klus erbij voor Kelly.
Kelly zegt op een gegeven moment dat ze wel een band met haar vader
heeft en minder met haar moeder. Alleen ze hebben niet gepraat,
niet gesproken over wat ze voelen, of over de angsten die ze hadden
ten aanzien van hoe het verder moet na het overlijden.
Zij moet een hoop doormaken. Ze heeft een gat in haar leven van
drieëneenhalf jaar en moet nu de draad weer oppikken. Het draait
nu niet meer om moeder.
Het uit huis gaan van Kelly had heel positief uit kunnen pakken.
Als je bij je moeder in huis bent, zijn er hele andere verwachtingspatronen.
Als je ergens anders woont en je gaat naar je moeder toe, dan kom
je er ook echt voor haar. Alleen die afstand nemen, die letterlijke
afstand nemen, heeft Kelly ook emotioneel heel letterlijk genomen
door haar verdriet vooral niet aan haar moeder te laten zien want
die had daar, volgens haar, geen boodschap aan. Ik denk dat het
voor Leny wel heel goed was geweest als ze had gezien dat Kelly
ook verdriet had. Maar ja, dat is niet gebeurd, je kunt mensen daarin
ook niet forceren. Het is wel jammer. Er is veel onuitgesproken
gebleven en dat moet je dan allemaal maar zelf zien uit te vogelen
op de lange duur.
Er komen een paar zaken bovendrijven waar je een klus aan hebt:
de omgang met je moeder, de omgang met je vader, hoe was mijn jeugd;
heel veel zaken waar je als jongvolwassene over gaat na gaat denken.
Ook omdat je andere jongvolwassenen ontmoet en je hoort hoe hun
jeugd is geweest. Hoe zij groot zijn geworden en wat voor achtergronden
zij hebben. Als jongvolwassene ben je sowieso altijd bezig met hoe
sta ik in het leven, wat wil ik en wat hou
ik over van mijn achtergronden, wat neem ik mee,
wat laat ik los en hoe leg ik dat uit. Dat
proces moet Kelly ook door.
Denk nooit dat je teveel zegt of vraagt of doet. Blijf het maar
vragen, pak elkaar eens vast, kijk elkaar eens lief aan, laat het
maar blijken, wees maar kwetsbaar, geeft niks. Mensen zijn heel
goed in staat om grenzen aan te geven, maar blokkeer niet, want
dat is jammer.
Wees niet bang voor je eigen gevoelens. Er wordt gezegd: ik
ben bang dat ik haar verdrietig maak, of dat ik hem boos maak.
Nee, je bent bang voor je eigen gevoel.
Rouwen is de confrontatie aangaan met je gevoel.
Terug
naar boven
|
|