Welkom

Over de stichting

Achtergrond & doelstelling

In de pers

Nieuwsbrief

Donaties

Contact

Zelfdoding

DVD 'Maar ik ben...'

DVD 'Afscheid'

Overleden moeder

Overleden vader

Overleden kind

 

Bestelpagina

Voorlichtingsprogramma

Rouwprotocol

Rouwhulp

Gedichten

Catalogus

Links

 

Ons email adres is:

kindenrouw@planet.nl

 

Deze website is ontworpen en gebouwd door ddc amsterdam

 

Aantal bezoekers sinds
1 februari 2004:


Laatste update was op:
14 april 2012

 
   
   


Interview met Eddy Dirkmaat

 
 

Over Charissa en haar moeder:


Je ziet dat ze, naast dat haar moeder doodgaat, overal alleen voor lijkt te staan. Ze moet van alles regelen en ik krijg de indruk dat ze weinig steun heeft van haar omgeving. Dit staat het echte verdriet in de weg.
Ik zie vooral boos verdriet en af en toe echt rouwverdriet, als je al kan spreken van verschillende categorieën verdriet, maar dat bestaat denk ik wel. Bij haar kan je dat ook wel zien. Wanhoopsverdriet, verdriet van verontwaardiging, verwondering ook; “wat gebeurt er allemaal met mij en wat moet ik allemaal doen”. Emoties van in de steek gelaten zijn en daarbij ook het verdriet om het verlies van haar moeder. Eigenlijk zou dat het primaire verdriet moeten zijn, maar dat wordt in de weg gestaan door die andere emoties.
De film roept bij mij een hoop vragen op. Hoe kan dit gebeuren? Hoe kan het dat een relatief jong meisje -ze was 15 toen het allemaal begon - in zo’n situatie terechtkomt? Normaal zitten meiden van die leeftijd op school, kunnen ze gewoon puber zijn. Zij werd in één keer verzorger van haar moeder en maakte daarmee een enorme versnelling door in het volwassen worden. Er wordt veel van haar gevraagd en geëist. Zij moet de volwassenen spelen maar tegelijkertijd zie je ook dat ze als heel jong bejegend wordt. Nu lijkt zij een hele sterke meid, ze redt het wel, maar het is natuurlijk een achterlijke manier om je puberteit door te komen. Ze moet dingen doen waar menig volwassene nog niet voor wil komen staan.
Als ik terugga naar het moment dat die moeder ziek wordt denk ik al: er moet wat gebeuren. Dat bijvoorbeeld de school gaat denken “hé, er gebeurt iets met een leerling van ons en het is niet mis wat daar gebeurt”. Het is bekend dat het gaat om een 1-oudergezin met maar 1 kind thuis. Daar moet op z’n minst aandacht voor worden geroepen, met behulp van bijvoorbeeld een schoolarts of een leerplichtambtenaar. En binnen de school zelf moet natuurlijk ook gezocht worden naar een manier om hun leerling te helpen, kijken waar ze een beetje regie kunnen overnemen, waar ze het kind een beetje kunnen leiden, een beetje kunnen sturen en haar een beetje kunnen ontlasten.
En dan, in een verder stadium, op het moment dat die moeder overleden is en al dat regelwerk komt, dan is ‘jij moet het huis uit’ wel heel makkelijk gezegd. Is er ook iemand geweest die heeft opgemerkt: hoe gaan we haar nu helpen aan vervangende woonruimte? Hoe gaan we haar helpen met het opvangen van al die financiële problemen die er komen. Er had een maatschappelijk werker moeten zijn die wat taken van haar had overgenomen. Ik heb hier het gevoel dat ze er echt helemaal alleen voor stond en dat vind ik onbegrijpelijk én onacceptabel.
Ik zou de school allerlei tips kunnen geven. Met wie ze in contact kunnen treden en wie ze om hulp kunnen vragen waardoor hun leerling geholpen wordt. Dat is één aspect. Een ander aspect is het zorgteam, waar een schoolarts in zit en een leerplichtambtenaar. Via zo’n zorgteam kun je dan met maatschappelijk werk aan de gang. Als dat op de rails staat zou ik daarnaast met die school aan de gang gaan met het behoud van de leerling. De leerling wordt namelijk geconfronteerd met een ramp. Ze heeft veel zorg voor haar moeder zal dus veel verzuimen. Ze zal, met andere woorden, geen normaal schoolprogramma kunnen volgen. Daar is van alles voor te organiseren. Je kunt een aangepast programma maken waardoor de leerling bijvoorbeeld twee jaar over een schooljaar doet. Je kunt kijken of je wat kan regelen met wel of niet aanwezig zijn in de lessen zodat de leerling tijd vrij houdt om bij haar moeder te zijn. Of je kan helpen door te kijken naar wie de zorg opvangt als zij niet thuis is. En dan heb je nog dat andere aspect: de school en het omgaan met een leerling die in zo’n afschuwelijke situatie terecht is gekomen. Heel veel mensen vinden het toch eng om met ernstige ziektes en dood om te gaan, terwijl zij juist heel veel behoefte aan dat wat niet verandert in haar leven, namelijk de school. Het zou prettig zijn wanneer ze die school als een warm bad kan ervaren, een plek waar ze steun en energie kan vinden om door te gaan. Dus iets met haar klas doen, docenten informeren, voorlichting geven. Eventueel zorgen dat ze een personal mentor krijgt, dus iemand die voor haar de spil binnen de school is, bij wie zij terecht kan maar bij wie ook anderen terecht kunnen als zij vragen of opmerkingen hebben. Iemand dus die haar een beetje beschermt maar die ook coacht binnen de school.
Het kan om allerlei redenen misgaan, maar mijn streven is altijd om in dit soort situaties te zorgen dat de gezonde onderdelen van het leven die nog over zijn –bijvoorbeeld de school - in stand te houden. Juist omdat een leerling daar veel steun aan kan ondervinden.
De boosheid die uit verdriet voortkomt is meestal gericht op dat wat je kwijt gaat raken en wat je niet kwijt wilt. Boos worden is een makkelijke emotie omdat je er gevoelens van “je wordt onrecht aangedaan” mee kunt uiten. Die boosheid krijgt extra vorm als je daar personen aan kunt koppelen. Dat je bijvoorbeeld boos kunt worden op een arts, een leraar of op een buurvrouw die een vervelende opmerking maakt. Je kunt in die boosheid heel veel emotie kwijt. Die boosheid zie je ook heel snel overgaan in verdriet. Boosheid en verdriet liggen dicht bij elkaar, het zijn emoties die bij het rouwen horen, die bij rouw en bij het verliesproces horen. En boosheid is in feite opstandigheid, het je verzetten tegen iets dat jou overkomt, waar je geen invloed op kan uitoefenen, maar waar je wel mee moet zien te dealen. Niemand kan eigenlijk zeggen hoe je dat doen moet. Het is een confrontatie met het machteloze gevoel van “wat gebeurt er in mijn leven”, “‘wat gebeurt in de wereld” en “waarom ik, waarom wij”. Maar boosheid, daar moet je doorheen. Het zou wel heel makkelijk zijn als je daar zomaar overheen zou stappen, dan zou je alles maar gelaten over je heen laten komen terwijl, Als je zo jong bent en op deze manier je moeder verliest, heb je alle reden om boos te zijn.
Ze zegt het ook een keer heel duidelijk. Je wilt je moeder niet zien lijden en je wilt je moeder niet kwijt door de dood. Maar je ziet bij haar ook heel veel andere boosheden en dat zijn boosheden waar ik ook boos van word als ik ernaar kijk, want het had niet gehoeven. Er is al boosheid genoeg door het verdriet dat ze moet lijden.
De boosheid dat ze in feite in de steek gelaten is. De boosheid dat haar moeder niet is geloofd. Als haar moeder blijft volhouden dat ze die klachten heeft en dat dit dan bijna wordt afgedaan alsof ze gek is. Zo van ‘u accepteert niet dat u een geestelijk probleem heeft want u accepteert niet dat u ziek bent geweest’, terwijl ze op dat moment opnieuw ziek is. Het feit dat je niet geloofd wordt, dat roept boosheid op. Zeker als je de gevolgen daarvan kent. Maar ze is ook boos op de instanties, die aan de ene kant alles van haar eisen maar aan de andere kant niks doen om haar te helpen. Dat is een onvoorstelbaar iets waar je, wat mij betreft, ook ontzettend boos op mag worden. Het moest alleen iets opleveren. De boosheid is geuit in de film maar ik vraag mij af wie dat gehoord hebben.
Rouwen is een heel persoonlijk iets en iedereen doet dat op zijn eigen manier. Iedereen heeft daar ook zoveel tijd voor nodig, om het te uiten en om zijn of haar weg daarin te vinden. Ik denk wel dat, als je zoals Charissa ook nog eens geconfronteerd wordt met heel veel gevolgen van het feit dat je moeder doodgaat, gevolgen die ook nog eens heel veel aandacht en energie vragen, het langer duurt voor je weer tot de kern van het verdriet komt, namelijk de dood van je moeder en wat dat voor jou betekent. Die band is doorgesneden. Het besef van “het alleen verder moeten”, dat heb ik in de film niet zien ontstaan.
Je bent kwetsbaar als je een groot verlies geleden hebt. Je bent heel sterk omdat er zoveel van je gevraagd wordt en je dat ook allemaal wel aankunt, maar je bent emotioneel ontzettend kwetsbaar. Mensen kunnen je maken en breken. Het feit dat Charissa toch doorgezet heeft (ze moest ook wel, maar ze kon het ook) daar kan ze trots op zijn. Maar het had niet zo moeten gaan, absoluut niet. Maar ja, je dealt met wat je krijgt en dat doet ze goed.




Over de familie Smits:

Leny lijkt heel boos te zijn omdat zij kanker heeft gekregen en dood gaat. Ze lijkt boos op haar dochter en op haar man omdat die te weinig aandacht hebben voor haar ziek zijn. Ze lijkt boos op haar omgeving omdat zij, volgens haar, niet weten hoe erg het is om dood te gaan en niet weten hoe erg het is om met een ziekte om te gaan, terwijl ze dat natuurlijk zelf wel weet. En ze lijkt boos omdat ze het idee heeft dat je als kankerpatiënt geen drieëneenhalf jaar zou moeten wachten totdat je doodgaat. Een soort verbitterde boosheid, eenzaamheid ook, en teleurstelling.
Ze zou steun kunnen gebruiken, maar ik weet niet of ze het toelaat. Ze straalt het in ieder geval niet uit. Ze zal het misschien wel bedoelen, bedoelen uit te stralen, bedoelen te vragen maar ze straalt vooral iets uit van: ‘dit is mijn lot en laat mij maar, jullie begrijpen mij toch niet’. Of dat nu door haarzelf kwam, of door het ziek zijn, dat weet ik niet. We stappen pas laat in het proces van ziek zijn in. Haar als persoon leer je niet kennen in het korte tijdsbestek. Maar ik denk dat iedereen die in zo’n situatie zit steun kan gebruiken, dus zij ook. Dat zegt ze hier en daar ook wel, maar ze laat ook blijken er niet om te vragen, omdat ze bang is voor een teleurstellende reactie.
Wat mij opvalt is eenzaamheid, bij alledrie de personen. Er maar vanuit gaan wat de ander zal denken, zonder daar concreet naar de vragen. Steeds menen te weten wat de ander ervan vindt. Eigenlijk is het een gebrek aan communicatie. Niet praten met elkaar, niet de dingen uitspreken naar elkaar. Bang om gekwetst te worden, bang voor een teleurstellende reactie, of bang om jezelf kwetsbaar op te stellen. Ik heb geen idee.
Als je naar Kelly kijkt en je ziet haar quasi-onverschillige houding richting haar moeder, zie je tegelijkertijd ook dat ze helemaal niet onverschillig is. Die onverschilligheid valt helemaal weg nadat moeder is overleden en zij zo verdrietig wordt bij het voorlezen van die tekst terwijl ze het “altaar” maakt. Dan is er dat besef: “ik kan haar echt nooit meer iets vragen en ik kan echt nooit meer iets tegen haar zeggen”. Je moet dan naar andere middelen gaan zoeken om met je moeder in contact te zijn. Dat kan ook wel maar het is zo jammer, want ze hebben lange tijd de gelegenheid gehad om het wel te doen. Toch is dat er nooit van gekomen, lijkt het. Dat is jammer, want dat maakt het accepteren dat iemand er niet meer is, het laten slijten van je verdriet, een stuk lastiger. Daarbij komt ook het nadenken over je eigen aandeel in het geheel. Waarom is het zo gebeurd? Waarom hebben we nou niet meer met elkaar gepraat? Waarom hebben we elkaar niet geknuffeld?
Het is zo ieder op een eilandje.
De vader krijgt heel snel na het overlijden van zijn vrouw een andere relatie. Dan lijkt het alsof iemand zo ingeruild kan worden. Als je er wat verder over na gaat denken, dan - en dat komt ook in die film aan de orde - blijkt dat de verwijdering tussen man en vrouw al is ontstaan op het moment dat Leny ziek werd, drieëneenhalf jaar eerder. Je kunt dus stellen dat op dat moment het einde van dat huwelijk in aantocht was.
Met die gedachte kun je zeggen dat drieëneenhalf jaar plus zes weken een vrij normale periode is om je open te stellen voor iets nieuws. Maar het komt ook op me over als een soort van vlucht van ‘ik wil niet alleen zijn’, ‘ik heb iemand nodig’ en ‘die vrouw komt op mijn pad en ik grijp mijn kans’. Dat begrijp ik ook wel maar of de omgeving dat begrijpt is een tweede. De reacties die dat oproept, is weer iets wat hij van te voren niet heeft ingecalculeerd. Zeker niet de reactie van Kelly, die natuurlijk overdonderd is door dit gegeven en zich distantieert van haar vader. Het kan voor hem heel logisch zijn maar als je er nooit over praat, of als je dat nooit hebt laten merken, dan is dat natuurlijk een complete verrassing voor de omgeving. Dat is dan meteen ook weer triest want je zou het ook mooi kunnen vinden dat hij zo snel weer een nieuwe liefde heeft gevonden. Daar kun je toch weer steun en troost in vinden. Voor hem is het heus wel duidelijk dat er geen sprake vervanging is. Zijn vrouw zal nooit vervangen kunnen worden. Zij is een deel van zijn leven. Zeker als je met elkaar een lange geschiedenis hebt, en een kind.
Als hij had besproken dat er een verwijdering aan het ontstaan was tussen hem en zijn vrouw, dan was het misschien logischer geweest voor zijn omgeving, ook voor zijn dochter. Hij had het op z’n minst met z’n dochter moeten bespreken. Het kind is haar moeder kwijtgeraakt en heeft nu het gevoel dat ze haar vader ook kwijtraakt omdat ze met deze man niet door één deur kan. Hij is een nieuwe man voor haar, die zomaar ineens een andere vrouw kan nemen en die haar moeder, bij wijze van spreken, aan de kant zet.
Daar is ze terecht boos om, zo van ‘daar had je me eerder in kunnen betrekken’. Ik denk dat zij op den duur heus wel zal begrijpen wat hij heeft doorgemaakt, dat proces van verwijdering, en dat ze dan zal begrijpen dat er op den duur een andere vrouw gekomen is. Zes weken is al snel, maar nu is het ook nog eens een overval voor haar geweest. Omdat haar moeder, in haar ogen, alles voor haar vader was. Nu blijkt dat toch een beetje anders te liggen. Dan ben je teleurgesteld en dat vind ik een heel normale reactie. Maar het is wel een extra klus erbij voor Kelly.
Kelly zegt op een gegeven moment dat ze wel een band met haar vader heeft en minder met haar moeder. Alleen ze hebben niet gepraat, niet gesproken over wat ze voelen, of over de angsten die ze hadden ten aanzien van hoe het verder moet na het overlijden.
Zij moet een hoop doormaken. Ze heeft een gat in haar leven van drieëneenhalf jaar en moet nu de draad weer oppikken. Het draait nu niet meer om moeder.
Het uit huis gaan van Kelly had heel positief uit kunnen pakken. Als je bij je moeder in huis bent, zijn er hele andere verwachtingspatronen. Als je ergens anders woont en je gaat naar je moeder toe, dan kom je er ook echt voor haar. Alleen die afstand nemen, die letterlijke afstand nemen, heeft Kelly ook emotioneel heel letterlijk genomen door haar verdriet vooral niet aan haar moeder te laten zien want die had daar, volgens haar, geen boodschap aan. Ik denk dat het voor Leny wel heel goed was geweest als ze had gezien dat Kelly ook verdriet had. Maar ja, dat is niet gebeurd, je kunt mensen daarin ook niet forceren. Het is wel jammer. Er is veel onuitgesproken gebleven en dat moet je dan allemaal maar zelf zien uit te vogelen op de lange duur.
Er komen een paar zaken bovendrijven waar je een klus aan hebt: de omgang met je moeder, de omgang met je vader, hoe was mijn jeugd; heel veel zaken waar je als jongvolwassene over gaat na gaat denken. Ook omdat je andere jongvolwassenen ontmoet en je hoort hoe hun jeugd is geweest. Hoe zij groot zijn geworden en wat voor achtergronden zij hebben. Als jongvolwassene ben je sowieso altijd bezig met ‘hoe sta ik in het leven’, ‘wat wil ik’ en ‘wat hou ik over van mijn achtergronden’, ‘wat neem ik mee’, ‘wat laat ik los’ en ‘hoe leg ik dat uit’. Dat proces moet Kelly ook door.
Denk nooit dat je teveel zegt of vraagt of doet. Blijf het maar vragen, pak elkaar eens vast, kijk elkaar eens lief aan, laat het maar blijken, wees maar kwetsbaar, geeft niks. Mensen zijn heel goed in staat om grenzen aan te geven, maar blokkeer niet, want dat is jammer.
Wees niet bang voor je eigen gevoelens. Er wordt gezegd: ‘ik ben bang dat ik haar verdrietig maak, of dat ik hem boos maak’. Nee, je bent bang voor je eigen gevoel.
Rouwen is de confrontatie aangaan met je gevoel.



Terug naar boven