| |
+Int:
Vandaag, heb je de urn bijgezet, had je verwacht dat, dat zo zou gaan?
Charissa: Nee, eigenlijk niet. Ik had eigenlijk wat meer verwacht.
Ook hoe het ging, dat was gewoon heel raar. Niemand zei wat, je moet
alle dingen zelf vragen. Ik had wel verwacht dat die man wel zou zeggen,
dit gebeurt er en dat gaat gebeuren, maar... In principe doe je het,
zonder dat je weet wat je moet doen. Ze hadden mij verteld, dat ik
een nis mocht uitkiezen, maar ze hebben gewoon een nis opengemaakt,
en daar moest de urn dan in. Omdat, bij de burgerlijke stand, hebben
ze al een nisnummer bepaald. Dus, zelf mocht ik niet kiezen.
Int: En wat had jij gewild?
Charissa: Ik had graag gewild dat het meer naar onder was, die nis.
Dat zou een beter plekje zijn, dan helemaal bovenaan, want ik ben
maar heel klein, dus ik kan niet zo hoog de bloemen gaan zetten. Die
vrouw had, toen mamma lag opgebaard, had ze gezegd dat ik een nis
mocht uitkiezen. Nu opeens zei die man, dat wordt gewoon gekozen.
Dat vind ik wel stom.
Int: Dat is wel heel vervelend, als je je daar op voorbereidt, als
je je daarop instelt, als dat dan niet zo is... Schrik je daar dan
niet heel erg van, of...... word je dan verdrietig....?
Charissa: Ik word eigenlijk gewoon heel erg boos er van, dat ze eerst
vertellen ze dit en dan is het weer heel anders. Je hebt nooit zekerheid
ergens van. Eerst moet je de crematie regelen en daarna komt dat van
die urn, en dan denk je dat je alles geregeld hebt en dan kom je weer
voor een verrassing te staan. Dat is heel stom, daar wordt gewoon
niet bij nagedacht.
Int: Nou heb je ook zelf de urn opgehaald, waarom was dat überhaupt?
Charissa: Je kunt kiezen, of dat de familie zelf de urn ophaalt, of
door de begrafenisondernemer. Maar de allereerste begrafenisondernemer
hadden we gevraagd de urn op te halen, maar daar zitten ook weer bepaalde
kosten aan, voor alleen het ophalen en brengen van de urn. We hebben
besloten om het zelf op te halen. Maar ja, er werd gezegd, half twee
moest het opgehaald worden, en toen kwamen we daar en toen wisten
ze er helemaal niks van. Toen werd er gezegd, het moest voor twaalf
uur. Dat is ook al zo stom.
Int: Dus het is eigenlijk een dag vol verrassingen voor jou?
Charissa: Ja. Alles gaat zo raar, zo onverwacht allemaal. Ik denk
aan mamma, en dan moet je weer aan andere dingen gaan denken, terwijl
het allemaal niet nodig is. Andere dingen komen er ook nog aan, dus
dat is heel stom.
Int: Sowieso, dat lijkt me toch heel gek, je hebt je moeder gecremeerd,
en ze zit nu in een urn. Hoe ervaar je dat?
Charissa: Ik vind het een heel stom idee, want ik wist ook niet goed
wat ik er van moest verwachten. Hoeveel as, en hoe groot is de urn,
dat wist ik allemaal niet. En het idee dat het lichaam verbrand is
en dat, dat in die urn zit, ik vind het in ieder geval niet zon
fijn idee.
Int: Zou je het zelf ook zo doen?
Charissa: Nee, ik zou in elk geval niet gecremeerd willen worden,
liever begraven. Dan krijg je, je doet twee dingen, ik hoop dat als
er ooit wat mij gebeurt dat het later in één keer is
afgesloten. Vanaf vandaag is het helemaal afgesloten nou, kijk je
denkt wel altijd aan iemand, maar dat met de crematie en dat met de
urn, die twee keer, dat is hardstikke moeilijk en ik vind één
keer wel genoeg. En één keer dingen regelen, is ook
wel genoeg, en niet twee keer. Dat vind ik wel moeilijk eraan, dat
het niet in één keer is geweest, allemaal. Het is ook
hardstikke snel gegaan allemaal. De crematie was op 1 juni, en nou
op 17 juli is de urn erin gezet, dat is hardstikke snel. Als je het
niet snel genoeg doet, dan wordt de as verstrooid ergens, dus dat
is ook niet leuk. Dus je hebt eigenlijk geen keus, je moet alles heel
snel doen.
++Interview
met Charissa tijdens de verhuizing
Int: Heb je nou veel moeite moeten doen om dit huis te krijgen?
Charissa: Ja, echt wel. Ik heb verschillende woningbouwverenigingen
moeten bellen, maar elke keer zeiden ze, je bent zeventien en ik
kreeg gewoon geen afspraak. En op een gegeven moment, had een vriend,
een kennis van ons gezegd, ik ken iemand bij de woningstichting
in Hoensbroek en , had hij gebeld om een afspraak te maken, en dat
is heel goed gegaan. Maar alleen had ik helemaal geen kans op zon
flatje. Omdat ik nog veel te jong ben. Maar ik heb echt heel veel
geluk, dat ik deze flat heb gekregen, gelukkig. Maar het heeft me
wel heel veel moeite gekost, om dit te krijgen hoor. Maar in ieder
geval, ik heb m nou.
Charissa lacht
Int: Ben je er blij mee?
Charissa: Ja, dat wel. Het is niet leuk, hoe het zeg maar is gegaan,
dat ik op mezelf moet wonen, maar ik ben wel blij dat ik dit nou
heb gekregen, want anders had ik niks. En gelukkig alles op tijd.
Int: Gefeliciteerd.
Charissa: Dank je wel.
Charissa lacht nog eens
Ingrid: Ik ben er benieuwd naar, hoe het met je is, ik heb je lang
niet gezien.
Charissa: Naar omstandigheden gaat het wel goed. Er zijn ook veel
dingen gebeurd die niet zo leuk zijn.
Ingrid: Op vakantie?
Charissa: Op vakantie was het hardstikke leuk, maar toen ik terugkwam
had ik veel zin om weer terug te gaan op vakantie.
Ingrid: Hoe kwam dat?
Charissa: Omdat, mijn opa heeft de post van mij open gemaakt, toen
ik op vakantie was. Hij heeft het ook aan iedereen laten zien en
toen heeft hij gezegd, dat ik niet op die dag op vakantie ben gegaan
en dat ik overal over lieg. En wat blijkt nou na een tijdje. Ja,
ik had sowieso al rare ideeën van, waarom doet hij nou zo stom,
en op een gegeven moment kwam ik erachter dat hij de borg van het
oude huis heeft meegekregen.
Ingrid: Hoe kan dat eigenlijk?
Int: Ja, dat weet ik ook niet hoe dat kan. In ieder geval, hij was
me voor en ik heb hem met alles vertrouwd. Hij heeft ook, denk ik,
zijn adres doorgegeven aan de woningstichting, anders weet ik het
ook niet. Maar ze hebben in elk geval op zijn rekeningnummer de
borg gestort. Ze zeggen gewoon aan de telefoon, je was minderjarig,
dus hij heeft daar recht op. Maar hij heeft daar helemaal geen recht
op, dat geld was van mijn moeder, mijn moeder heeft dat betaald
in het begin, en niet hij. Dus dan is het ook terecht dat, dat op
de rekening van mijn moeder komt. Blijkbaar vindt hij van niet.
Hij heeft het me niet eens verteld, ik kwam er via de telefoon achter,
dat hij de borg had.
Ingrid: Wil hij die borg zelf houden, of wat wil hij daar mee doen?
Charissa: Dat weet ik ook niet. Ik heb hem al een paar keer geprobeerd
te vragen, maar hij geeft het gewoon niet. Nou laat ik het binnenkort
nog een keer weten, van wanneer krijg ik die borg nou terug, en
als ik het niet krijg, dan moet ik er maar wat anders aan doen.
Maar ik wil niet, dat ik bij mijn eigen familie ruzie ga maken om
geld. En vooral niet drie maanden daarna, dat mijn moeder is overleden.
Dat zoiets dan gebeurt, dat is gewoon niet normaal. Hetzelfde ook
met mijn zus. Kom ik terug van vakantie, wordt er verteld dat ik
haar nog ik weet niet hoe veel honderd euro schuldig ben.
Ingrid: Wie zegt dat?
Charissa: Ja, mijn zus. En dan zit ze dat tegen iedereen te vertellen,
dat ik niet eerlijk ben, dat ik de spullen van mijn moeder niet
aan haar heb gegeven. Maar dat komt, voor de vakantie heb ik nog
één tafel met stoelen van Angelique, en dat had ik
toen nog staan, dus wat mijn moeder in haar testament heeft gezet.
Maar die is ze toen niet komen ophalen en dan heb ik dat bij kennissen
gezet van mij, en ik heb haar in het begin laten weten, je kunt
die stoelen daar komen ophalen, maar ja, ze heeft ze tot nu toe
nog steeds niet opgehaald. En dan zit ze wel zo stom aan de telefoon
van ja, je kan het me ook brengen. Maar sinds mijn moeder is overleden,
ik heb alles naar haar toe gebracht. Ik heb alles zelf gedaan met
papieren, ze heeft nergens mee geholpen. En dan vraagt ze nog om
geld! Ik weet het ook niet meer hoor.
Ingrid: Kun je dat niet met je opa regelen, dat jullie samen in
gesprek daarover gaan?
Charissa: Ten eerste wil ik nu niet met hem praten, want wat hij
nu heeft gedaan, dat vind ik gewoon niet normaal. Hij had me ook
kunnen vertellen over die borg, en dat ik daar dan op zon
manier moet achterkomen, dat vind ik gewoon niet leuk. Dus het is
ook echt de bedoeling, dat ik daar niets vanaf wist. En ten tweede,
dat hij mijn post aan iedereen laat zien, dat vind ik ook niet normaal.
Ingrid: Nee, en dat mag ook helemaal niet.
Charissa: En daarom lijkt het me geen goed idee, om met hem te praten.
Nee.
Ingrid: Maar, ga je dan wel iets anders doen, of...
Charissa: Ja, sowieso ga ik bij hem langs, dan ga ik alles zeggen,
ik wil de borg van het oude huis terug en ik wil dat je dat stort
op mijn moeders rekening en verder niks. Ik ga niet over alles praten
wat er is gebeurd. Want ik wil eerst mijn geld, en dan praten we
erover. Sowieso, mijn zus ook, dan zit ze te schreeuwen van, ik
krijg nog zoveel honderd euro van je, terwijl door alle rekeningen,
is het geld waar wij allebei recht op hadden al in de onkosten gekomen,
dus het gaat er niet meer om wie er geld krijgt, het gaat er alleen
om dat die rekeningen nog betaald moeten worden en dan kan dat stuk
afgesloten worden. Maar als zij moeilijk gaat doen, dan kan ik dat
stuk ook niet afsluiten. Ik denk nu alleen maar aan de slechte dingen
van wat er allemaal is gebeurd, ook omdat er alleen maar slechte
dingen blijven gebeuren. Door hun schiet het ook niet erg op. Ik
kan niet zeggen, eindelijk heb ik rust, want ik heb nog steeds geen
rust.
Ingrid: Heb je misschien een familielid, die daarin zou kunnen bemiddelen
of een gesprek samen aangaan?
Charissa: Ik heb zeker familie, maar ik moet juist iemand hebben
die onpartijdig is, want familie kiest toch altijd partij voor mij.
Het moet toch iemand zijn, die geen partij kiest. Sowieso heeft
het geen zin, om met mijn opa te praten, want hij luistert toch
niet.
Ingrid: En de maatschappelijk werkster?
Charissa: De maatschappelijk werkster ook, die kan zeggen wat ze
wil. Ze heeft met niemand dan gepraat, maar mijn opa luistert gewoon
niet, want als ik wat vraag aan hem, dan reageert hij daar niet
op.
Ingrid: Weet je wanneer dat geld gestolen is?
Charissa: Ja, dertien augustus.
Ingrid: Was je al achttien?
Charissa: Toen was ik al achttien.
Ingrid: Dan zou je de woningbouwvereniging een brief kunnen schrijven,
waarin staat dat jij het geld op jouw rekening wil.
Charissa: Ja, maar ik heb de woningbouwvereniging al drie keer gebeld,
drie keer het verhaal verteld en drie keer boos opgehangen. Omdat
mij wordt verteld, je bent zeventien, je krijgt het geld niet meer,
het is naar je voogd gestuurd en regel het maar met je voogd, zo
onder elkaar dat je het geld van hem krijgt. Ja, zeggen ze aan de
telefoon, het is toch familie, dus. Ik zeg, als de relatie niet
goed is, wat moet ik dan zeggen? En sowieso was ik geen zeventien
meer, toen die borg werd gestort op zijn rekening en dat is ook
iets dat ze vergeten. Er wordt maar altijd gezegd, je bent zeventien,
je hebt daar geen recht op en daar geen recht op, maar ik moet wel
alles regelen. Ik heb de crematie geregeld, dat van de urn heb ik
geregeld. Ik heb twee jaar lang voor mijn moeder gezorgd. Ik heb
alles gedaan. Alles heb ik altijd goed willen doen, en moet je eens
kijken hoe mensen tegen mij doen. Alleen omdat ik dan zeventien
ben, moet ik dan zo worden behandeld? Ik vind het gewoon niet normaal!
Ingrid: Ik denk dat het goed is, dat iemand daar in gesprek over
gaat met je opa, misschien je zus erbij.
Charissa: Ja, met mijn zus wil ik helemaal niks mee te maken hebben.
Sowieso hoe ze over mij praat, iedereen zit ze te vertellen over
dat geld dan ten eerste, dat ik haar zo veel nog schuldig ben en
dat ik de spullen van mijn moeder niet aan haar heb gegeven, terwijl
ik ze zelf heb gebracht naar haar. Ik was helemaal total-loss van
alles. Ik was helemaal kapot ervan, dat mij moeder was overleden
en zij komt nu een beetje zeuren over spullen! Ik heb het haar ook
nog na gebracht en dan achter mijn rug om, zegt ze dat soort dingen,
terwijl ik zo goed ben geweest. Terwijl ik niet met haar kan opschieten
en dan nóg breng ik haar de spullen, omdat ik weet, ze is
moeder, ze heeft twee kinderen, ik wil haar niet vragen, kom de
spullen halen, want ze kan die kinderen niet alleen laten, dat begrijp
ik ook allemaal. Wanneer begrijpt ze mij eens een keer? Ook niet.
Nee.
Ingrid: En jouw opa, heeft hij nou nooit eens gezegd, kom we gaan
met zijn drieën aan tafel?
Charissa: Nee, dat doet mijn opa niet.
Ingrid: Waarom niet?
Charissa: Ja, dat weet ik ook niet.
Ingrid: Maar denk je dat hij dat zou willen doen?
Charissa: Daar zal hij gerust ja op zeggen, maar of
je daar wat mee opschiet, dat denk ik niet. Hij heeft overal wel
een antwoord op. Dus wat je ook zegt, hij zegt toch wel wat anders.
Dan begint hij weer over iets anders en dan hoor je dat weer, en
dan iets dat twee jaar terug is gebeurd, dan begint hij dat weer
te vertellen. Zo blijven we maar doorgaan.
Ingrid: Maar wat denk je? Zou je het toch niet eens willen proberen?
Als jij namelijk dat gesprek aangaat en er is iemand bij, die dat
goed kan begeleiden, dan heb je misschien daarna wél de rust
die je nodig hebt.
Charissa: Ja, oké. Maar het enige dat ik op het moment nodig
heb, om die rust te krijgen is dat die borg op de rekening van mijn
moeder wordt gestort en dan is het over. Ik hoef niet meer te praten,
want ik heb al lang genoeg gepraat met hen allebei. Mijn opa weet
ook hoe ik daarover denk, mijn zus weet ook hoe ik daarover denk,
en als ze na twee jaar nog niet luisteren, dan heeft het voor mij
geen zin meer. Ik ben het zo moe om met iedereen te praten, terwijl
ik niks verkeerd heb gedaan, dat de anderen nou eens naar mij toe
komen en vragen, Charissa hoe gaat het met je, kan ik je ergens
mee helpen. En niet dat ik altijd in mn rug wordt gestoken.
Want ik heb al genoeg pijn gehad. En ik wil nu eens wat tijd vrij
maken voor leuke dingen, ik wil het ook leuk maken en dat past er
niet bij.
Ingrid: Wat we zouden kunnen doen, als jij dat goed vindt, ik zou
zelf eens met de woningbouwvereniging kunnen bellen, om te kijken
in hoeverre zij , dat bedrag toch nog aan jou moeten terugbetalen.
Charissa: Ja, maar dat doen ze niet.
Ingrid: Dat weet ik niet. Misschien moeten we wel een brief schrijven.
Charissa: Ze blijven volhouden dat ik minderjarig was.
Ingrid: De huur is volgens mij opgezegd door die vrouw van Sonar,
klopt dat, ja hè?
Charissa: Ja, die heeft die brief geschreven, maar daar staat alleen
in dat hij mijn voogd is.
Ingrid: Hoe komen ze dan aan dat rekeningnummer.
Charissa: Dat weet ik ook niet. Daar moet hij voor gebeld hebben.
Dat klopt gewoon niet. De vraag is sowieso waar moet de borg heengestuurd
worden. Dat is mij nooit gevraagd.
Ingrid: Misschien moeten we een keer daarheen bellen, dat we dat
samen doen. Want ik vraag me af, of ze dat goed hebben gedaan.
Charissa: Ik vind van niet.
Ingrid: Maar los daarvan, is het natuurlijk heel vervelend, dat
je ruzie hebt met je opa, want dat was eerder niet, hè.
Charissa: Nee.
Ingrid: Misschien kun je dat dan beter voor een andere keer bewaren,
om dat op te lossen want het lijkt me wel fijn om dat op te lossen.
Charissa: Ik wil het zeker oplossen. Maar op de manier waarop dit
is gebeurd, heb ik er nu gewoon geen zin in. Iedereen weet wat ik
allemaal heb gedaan, en doorstaan. Wat ik van mezelf heb gegeven
en ik ben gewoon op, ik heb geen zin meer, om over geld ruzie te
maken, of dat er problemen komen, daar heb ik helemaal geen zin
in. Dat geld interesseert me helemaal niks.
Ingrid: Zou je het kunnen afsluiten door de rekening van je moeder
en jou samen te beëindigen? Als je dat doet, daar heb je nu
misschien geen zin in, maar straks is het wel nodig om te doen.
Die rekening moet sowieso afgesloten worden. Misschien kun je dat
combineren. Daar zou je bijvoorbeeld de maatschappelijk werkster
bij kunnen vragen. Of die vrouw van Sonar, of ik wil
dat ook doen.
Charissa: Ik mag sowieso de rekening niet opheffen, omdat de eindafrekeningen
nog moeten worden betaald van die rekening. En het geld dat ik nog
krijg van instanties moet ook op die rekening, want anders kan ik
ook niet aantonen, dat ik dat heb gehad. Anders wordt er gezegd,
je hebt alles voor jezelf gehouden.
Ingrid: Heb je nog een eigen rekening geopend?
Charissa: Ja, ik heb een eigen rekening, dat heb ik al lang.
Ingrid: Maar toen we eens bij elkaar zaten zei ik, je kunt het beter
via je eigen rekening doen, dan krijg je straks geen problemen met
je zus of met je opa.
Charissa: Ja, weet ik wel. Maar het geld dat nu op die rekening
staat, dat moet er ook gewoon op blijven. Alles wat je van instanties
terugkrijgt moet ook daarop komen. Dat kan ook nooit via mijn rekening
gaan, want ik wil dat iedereen ziet, dit is er gekomen dit bedrag,
en dit is ervan over. Maar er is in dit geval gewoon niks van over.
En dat wil ik ook aan iedereen duidelijk maken, geld is er helemaal
niet en ik zit zelf ook in over geld, maar ik ga niet zeggen, wat
heb ik het slecht, ik heb geen geld en dit en dat. Maar mijn zusje
dus wel, die zegt ik krijg dit en dat nog. Ik heb het ook niet zo
breed en ik houd gewoon mijn mond daarover. Ik wil daar geen anderen
mee lastig vallen. Alle mensen die mij hebben geholpen, die hebben
het er ook allemaal moeilijk mee, en als ik mijn verhalen ga vertellen
dan doet dat allemaal nog meer pijn. Na zon lange tijd dat
het niet goed is gegaan, willen mensen ook zien dat het ook eens
beter kan gaan en niet alleen maar die slechte dingen. Ik ben het
gewoon zat. Ik wil ook wel eens een keer kunnen zeggen, ik ben blij
dat ik dit heb en dat er geen ruzie is. Maar er is altijd wel wat
van ruzie, of over mijn moeder of over weet ik wat allemaal.
Ingrid: En hoe is het met je vriend?
Charissa: Ja, wel goed.
Ingrid: Is het weer helemaal goedgekomen?
Charissa: Ja.
Ingrid: Gelukkig.
Charissa: Ja, in de vakantie heb ik het wel leuk gehad. Ik vond
het echt jammer, dat ik weer terug was. Ik had nog wel willen blijven
daar.
Ingrid: Je kunt je zorgen daar een beetje achterlaten.
Charissa: Ja. Ook toen ik op vakantie was, toen had ik eindelijk
een beetje rust, en toen had ik ook eindelijk de tijd om over alles
na te denken. Over mamma. Zoveel dingen daar denk je niet aan omdat
je van het ene moment op het andere weer wat anders moet doen. Dan
komt dit, en dan komt dat. Je krijgt niet eens de tijd om te rouwen
om iemand, vooral om je moeder. Ik heb het er echt heel moeilijk
mee, maar ik hou het altijd in me, omdat er toch altijd andere problemen
zijn.
Ingrid: Maar de vakantie, dat heeft je wel goed gedaan, om er wel
mee bezig te zijn.
Charissa: Ja, dat wel. Maar zelf wou ik dat helemaal niet, omdat
.... Ik vind het heel moeilijk om eraan te denken, wat er allemaal
is gebeurd, maar....... Met zoveel dingen word je herinnerd aan
alles wat er is gebeurd en ook aan mijn moeder. Dat zijn juist ook
van die kleine dingetjes................ Normaal ga je op vakantie
en dan bel je als eerste je moeder op.
Charissa begint nu te huilen, en valt lang stil
Charissa: Van die kleine dingetjes. Dan zie je iemand lopen met
dezelfde jurk aan, dan denk ik gewoon weer aan mijn moeder en.....................
Dan wordt het alleen nog maar erger, en daarom wil ik er ook gewoon
niet aan denken. .......... omdat het toch al moeilijk genoeg is
en als ik erover na ga denken, dan wordt het toch alleen maar erger.
Ingrid: Je kunt er wel met je vriend over praten, of niet?
Charissa: Ja. Maar ik praat er niet zo heel veel over, omdat ik
er geen zin in heb. Dan word ik boos.
Ingrid: Boos, op wie?
Charissa: Op alles, op alles dat er is gebeurd, ook zelfs nog op
mijn moeder, terwijl ze er niks aan kan doen. Dan denk ik ook, waarom
heb je me in de steek gelaten. En dan zegt iedereen, wat is je huis
mooi, dan denk ik ook, ik had liever in huis gewoond met mn
moeder, dat interesseerd me ook niks........... Dat vergeet je gewoon,
je hebt wel mensen, die denken, ooh die heeft mooie spullen. Maar
als ik al die spullen zou kunnen weggeven en mijn moeder zat weer
lekker naast me, dan zou ik dat gelijk doen. Daar hoef ik nog niet,
eerst eens over na te denken. Daarom zeg ik ook, is het heel moeilijk
als andere mensen ruzie gaan maken om geld. Mijn moeder heeft zich
ook nooit geïnteresseerd voor geld en ik ook niet. En dan vooral
als je mensen nodig hebt, en ze gaan dan zo moeilijk doen over alles.
Dat vind ik nog het gemeenste. Daar wil ik gewoon helemaal niks
meer mee te maken hebben. Door die ruzies mis je toch je eigen dingetje
steeds meer.
Ingrid: Kun je daar niet met je zus over praten?
Charissa: Nee, omdat zij helemaal niet over mijn moeder kan praten.
Ze kan alleen over dingen praten van vroeger. En de rest heeft ze
allemaal niet meegemaakt omdat ze er nooit bij was. Als ik iets
over mn moeder wil zeggen, dan moet ik het tegen mezelf zeggen
en tegen een vaste vriendin. Want wij met zn tweeën weten
het beste hoe mijn moeder zich heeft gevoeld, dan mijn eigen zus.
Dat vind ik ook erg om te zeggen, maar zij is er met zoveel dingen
niet bij geweest. Daarom botst het ook tussen mij en mijn zus, omdat
zij helemaal niks van mijn moeder weet. En als ze dan een stomme
opmerking maakt, dan begin ik me al te ergeren. Omdat ze nooit tijd
nam om naar mijn moeder toe te komen. Dan geeft ze altijd anderen
daar de schuld van. Dan maakt ze nog meer ruzie, ze moet juist blij
zijn, dat ik er was voor mijn moeder. Dat ik het ook voor haar heb
kunnen doen. Dat zij er niet was, en dat ik het toch voor mijn moeder
heb gedaan, daar moet ze juist blij om zijn. Want wie had het anders
gedaan, als ik er niet was.
Ingrid: Dan had zij het misschien toch moeten doen.
Charissa: Ja, maar dan was ze ook niet gekomen.
Ingrid: Dan ben je dus heel blij met die vriendin van je moeder,
daar heb je wel steun aan.
Charissa: Ja, echt wel.
Ingrid: Zij kent je familie?
Charissa: Ja.
Er volgt een kleine pauze, Charissa is nu in tranen
Charissa: En ook omdat ik altijd alles met mijn moeder deed. Ik
kon overal over praten met haar. Over dingen, over alles, ik kon
echt alles tegen haar zeggen, en dat doe ik bij niemand. Ook bij
mijn eigen vriend zeg ik niet alles. Dat wou ik allemaal tegen mijn
moeder vertellen. Nou kan dat ook niet. Als het me tegen zat, of
als ik problemen had of er was wat, dan kon ik het ook altijd tegen
haar zeggen. Dan had ze altijd wel een goeie oplossing daarvoor.
Ingrid: En die vriendin van je moeder?
Charissa: Die is ook super lief. Daar gaat het niet om. Maar het
is gewoon niet hetzelfde. Dat zal het ook nooit worden, bij niemand.
Dan vraagt ze van hoe was het op vakantie, ik vond het super leuk,
daar gaat het niet om, maar toen besefte ik wel eindelijk pas, als
ik terug ga, dan zit ik in een heel ander huis. Dan hoor je ook
nog, dat iemand zegt dat ik lieg over welke dag ik met vakantie
ben gegaan. Net alsof ik daarover moet liegen.
Ingrid: Dat is ook niet belangrijk, hè?
Charissa: Nee, dat is ook niet belangrijk. Maar niemand denkt eraan
van, hoe voelt zij zich wel niet. Dan komt ze daar aan en dan belt
ze normaal haar moeder, niemand denkt daaraan. Dan heb ik ook zoiets
van, dat weten jullie toch allemaal.
Ingrid: Je bedoelt de mensen die op vakantie waren?
Charissa: Ja, ook mijn opa en mijn zus die weten dat ook van....
Omdat, twee jaar terug ben ik ook op vakantie geweest en toen had
ik ook al heimwee, toen wou ik ook graag naar huis terug, naar mijn
moeder. Het was toen zo erg, dat ik zelfs ruzie begon te maken,
alleen omdat ik zo graag naar huis wou, naar mn moeder toe.
Nu had ik dat precies hetzelfde, alleen nu kan ik niet zeggen, even
mijn moeder bellen. Toen ik terugkwam, normaal ga je gewoon naar
huis en nu ga ik naar mijn eigen huis, zonder moeder.... Af en toe
dan zit ik hier maar wat en dan word ik gewoon kwaad, dan denk ik
terug aan toen ik nog jonger was en met mn moeder.... Dan
vind ik dat gewoon jammer. ....... Toen ze in Odillia was
in dat huis daar, toen was ik mezelf ook helemaal niet. Toen ze
bij was, toen had ik nog zo veel tegen haar willen zeggen. Dat heb
ik helemaal niet gedaan, en ik weet ook helemaal niet waarom. Dat
maakt me zo boos, iedereen heeft afscheid kunnen nemen, en ik niet.
Terwijl ik het meeste bij haar was, dat vind ik gewoon raar. Maar
elke keer dat ik bij haar was, kon ik niks tegen haar zeggen. Omdat,
als ik wat zou zeggen dan zou ik toch alleen maar gaan huilen. Dat
wou ik ook niet, dat ze dat zag. Ik wou haar daar niet mee lastig
vallen.......
Ingrid: Dus je hebt eigenlijk geen afscheid van haar genomen.
Charissa: Nee, niet goed. Niet op mijn manier. Iedereen heeft op
zijn eigen manier afscheid genomen, maar ik heb dat niet kunnen
doen omdat ik dat toen helemaal niet wou. Ik kon helemaal geen afscheid
nemen. Terwijl ik het toch gezegd heb tegen haar van, nou het is
niet erg allemaal en het komt allemaal wel goed, terwijl ik het
helemaal niet meende.
Ingrid: Je wou haar gewoon geen pijn doen.
Charissa knikt zachtjes
Charissa: Ja......... ik ben uitgepraat.
Int: Ingrid kun jij haar iets vragen over haar vriendje. Er was
toch iets met je vriendje?
Charissa: Nee, daar wil ik niet over praten, dat hoeft er niet op.
Nee, dat staat gewoon los van wat er allemaal is gebeurd.
Int: Ja?
Charissa: Ja.
Int: Weet je dat heel zeker?
Charissa: Ja.
Int: Het is niet te veel spanning..........?
Charissa: Ja....
Int: Ik ga het zo dadelijk ook aan hem vragen...
Charissa: Kijken wat hij zegt. Ik had al zoiets gezegd tegen hem,
zo van..........
Int: Vertel het maar aan Ingrid.
Ingrid: Het was dus uit. Voordat je op vakantie ging. Toen heb je
het toch even uit gehad?
Charissa: Mmmmmmmmm. Ja.
Ingrid: Dat had toch ook daarmee te maken, dat....
Charissa: Een beetje wel....
Ingrid: ......met de dood van je moeder, dat kan ik me ook wel voorstellen.
Charissa: Mmmm. Ja. Dat komt ook, omdat altijd alles tegenzit. Ik
keurde dat gewoon allemaal af op hem. Dat is ook het makkelijkste,
want tegen je eigen vriend....
Ingrid: Als uitlaatklep.
Charissa: Ja, als uitlaatklep, dan zeg je alles wat je denkt, dat
flap je er zo uit. Terwijl je er later spijt van hebt. Maar ook
omdat ik niemand anders meer heb om tegen te schelden. Dus dan doe
ik dat maar tegen hem. Dat is ook niet altijd leuk. Maar hij moet
het ook allemaal een beetje kunnen begrijpen, want het is allemaal............
Er volgt een lange pauze, waarin Charissa eventjes tot zichzelf
moet komen
Charissa: Het is gewoon een rot tijd nu.
Ingrid: Zeker. En is hij wel een beetje lief voor je?
Charissa: Ja! Hij is altijd lief. Maar ik scheld gewoon altijd van,
van die stomme dingen. Dan is er wel wat gebeurd en dan doe ik gewoon
stom. En dan denk ik, wat interesseert het mij nog allemaal.
Charissa zit nu opnieuw te snikken
Charissa: Dan zeg ik ook dingen die helemaal nergens op slaan. En
toch doe ik daar anderen pijn mee, maar ja, op dat moment heb ik
dat helemaal niet in de gaten. Komt dat ook in de film?
Int: Nou, ik denk wel dat dit iets is, dat er heel veel mee te maken
heeft.
Charissa: Ja, dat is waar.
Ingrid: Wat je zei, van je moeder willen bellen als je terugkomt
van vakantie. Mijn moeder is al jaren dood, en iedere keer dat ik
terugkom, wil ik haar nog bellen. Dat is gewoon iets, dat heel lang
blijft zitten. Het is nog zo vers allemaal bij jou.
Charissa: Mmmm, ja.
Ingrid: Het is voor het eerst dat ik je zie, en jouw verdriet zie,
dat heb ik nog niet gezien. Je bent normaal altijd vrolijk.
Charissa: Omdat ik altijd alles inhoud. En ik heb geen zin daar
anderen mee lastig te vallen. En toch merken mensen het wel. Vooral
mn vriend dan. Hij weet dat er iets is en als hij het vraagt
zeg ik toch, er is niks, maar er is wel wat. Ik heb op dat moment
geen zin om het te zeggen. Pas later vertel ik, dat was er toen
en daarom deed ik zo. Maar op het moment zelf zeg ik het niet.
Ingrid: Maar als je dicht bij je vriend staat, dan is er een manier
om er toch over te kunnen praten, toch?
Charissa: Maar het ligt ook aan mij, omdat heel vaak zeg ik wel
wat, maar dan houd ik er ook weer gelijk over op. Want als ik er
teveel over na ga denken, dan is mijn hele dag al verpest. Want
ik heb er helemaal geen zin om erover te praten. Elke keer dat ik
erover praat, dan wordt het erger, dan word ik steeds meer kwaad
en dan denk ik alleen nog maar meer aan mijn moeder.
Ingrid: Het rottige is ook dat helemaal niemand je daarbij kan helpen.
Charissa: Dat kan ook niet. Heel vaak willen mensen me wel helpen,
praten, dat gaat gewoon niet, dat moet ik ook zelf doen. Maar dat
zal nog wel een tijdje duren, voordat ik daar rustig over kan praten.
Ingrid: En die mevrouw die dat mooie gedicht voor je moeder heeft
gemaakt? Die was ook in de St. Jans kliniek, heb je daar nog een
gesprek mee gehad?
Charissa: Nee, daar heb ik geen contact meer mee gehad.
Ingrid: Want ze was steeds bij je moeder, of niet?
Charissa: Ja, een paar keer. We hebben ook niet zoveel met elkaar
gepraat. Twee keer of zo, hebben we echt gepraat.
Ingrid: Dus eigenlijk zou je dan met die vriendin van je moeder,
zij heeft het meest contact met haar gehad...
Charissa: Ja, maar daar ga ik ook vaak heen. Gewoon zoals ik al
zei, ik vind het moeilijk om erover te praten, want dan heb ik geen
leuke dag meer. En daarom doe ik ook altijd net, alsof het me helemaal
niks interesseert, want er vraagt ook niemand wat. Als je het wel
laat zien, dan krijg je ook steeds meer vragen van, wat is dat,
en denk je aan je moeder. Ik heb daar gewoon geen zin in...... Ik
moet het op mn eigen manier doen.
Interview met Ingrid. (Vrijwilligster van de stichting kind &
rouw).
Int: Kun je vertellen wie je bent, en ook waarom je bij Charissa
bent en wat je voor haar doet?
Ingrid: Ik ben Ingrid... Ik ben vrijwilligster bij de stichting
Kind & rouw, en in die hoedanigheid ben ik bij Charissa
gekomen. En wat ik probeer te doen, is haar te helpen bij de hoop
papierwerk vooral, die ze heeft. En ik probeer haar te steunen.
Dat is natuurlijk moeilijk, omdat zij in deze situatie zit, en je
kunt wel proberen om wat te steunen, maar ze moet toch vooral heel
veel zelf doen. Wat ik gedaan heb is, ik heb gekeken, kan ik haar
helpen met al dat papierwerk. Ze had heel veel brieven die ze moest
schrijven, en financiën die geregeld moesten worden en ik heb
samen met de maatschappelijk werkster gekeken, van wie doet wat
en wie zou wat kunnen doen. En het meeste werk daarin is gedaan
eigenlijk, nu.
Int: Wat is jouw indruk van Charissa?
Ingrid: Ik vind Charissa een heel sterk iemand. Ik zie dat ze toch
alleen is, dat zie ik wel. Ze heeft wat mensen om zich heen, ze
heeft een vriend, ze heeft een zus, de buren.En andere mensen die
haar best heel goed ondersteunen, maar ik zie ook een stukje eenzaamheid
bij haar.
Int: Hoe komt dat?
Ingrid: Hoe dat komt weet ik natuurlijk niet, maar ik denk dat dat
een normaal gevoel is, als je iemand pas verloren bent, vooral je
moeder. Dat is zeker op haar leeftijd toch enorm belangrijk. En
daar komt een stukje eenzaamheid uit voort. Ze gaf dat net in het
gesprek ook al aan, van ik kan er wel met anderen over praten, of
de problemen bij anderen leggen, maar dat is niet mijn moeder. Dat
snap ik wel heel goed. Het blijven dan allemaal vreemden. Ik zie
haar pijn ook wel.
Int: En wat zie je dan?
Ingrid: Wat ik dan zie., ik kijk ook naar mezelf, omdat ik zelf
ook wel eens een rouwproces ben doorgegaan, ik herken gewoon een
aantal dingen. Het alleen voelen, niet meer weten waar je thuis
is bijvoorbeeld, dat zie ik wel bij haar. Ze heeft een nieuwe flat,
ze heeft een nieuw appartement alles ziet er geweldig uit, maar
in de kern ben je toch alleen. Dat stuk zie ik bij haar wel. En
dat doet pijn, en die pijn kan eigenlijk niemand wegnemen. Ik voel
het wel, ja.
Int: Wat is jouw motivatie, om dit werk te doen?
Ingrid: Daar heb ik eigenlijk nooit zo over nagedacht. Het is iets,
omdat ik zelf een aantal rouwprocessen heb doorgemaakt, voel ik
wat andere mensen doormaken, wanneer ze in zon proces zitten.
Als je bij iemand kunt zijn, die die pijn heeft en je weet waar
de ander het over heeft, dan is dat vaak genoeg. Tenminste dat is
mijn ervaring. Er hoeft niet altijd heel veel gepraat te worden.
En wat ik wil, dat is gewoon tot steun zijn voor iemand die in zon
rouwproces zit. Zonder dat ik denk, dat ik daar nou zon hele
grote invloed op kan hebben, dat is natuurlijk niet zo, maar soms
is het genoeg als iemand even zijn verhaal kan doen. Ik wil eigenlijk
alleen maar zo iemand zijn, die daar naar luistert, verder niet.
Int: Het is niet je werk of zo?
Ingrid: Nee. Jammer genoeg niet. ( Ingrid lacht) Nou ik zou er wel
graag mijn werk van willen maken. Dat is iets..... Ik heb altijd
in de financiële wereld gewerkt, dat is natuurlijk iets heel
anders en dit is werk wat je na aan het hart ligt. Het is gewoon
iets heel anders. Het is niet mijn werk, nee.
Int: Je doet het echt omdat je het belangrijk vindt.
Ingrid: Heel belangrijk, ja het is heel belangrijk.
Int: En dat weet je uit eigen ervaring.
Ingrid: Ja. Toen mijn moeder stierf, dat is bij mij de laatste persoon
die is gestorven, ik heb heel veel familie om mij heen, niet direct
een gezin, maar wel heel veel familie, waar ik heel veel steun van
heb. Ik kan gewoon bij iedereen terecht, en ik weet, dat doe je
niet altijd net zoals Charissa net ook aangeeft, maar soms heb je
het nodig om even naar iemand toe te gaan
Terug
naar boven
|
|