Welkom

Folder

Achtergrond & doelstelling

In de pers

Nieuwsbrief

Donaties

Contact

Zelfdoding

DVD 'Maar ik ben...'

DVD 'Afscheid'

Overleden moeder

Overleden vader

Overleden kind

 

Bestelpagina

Voorlichtingsprogramma

Rouwprotocol

Rouwhulp

Gedichten

Catalogus

Links

 

Ons email adres is:

kindenrouw@planet.nl

 

Deze website is ontworpen en gebouwd door ddc amsterdam

 

Aantal bezoekers sinds
1 februari 2004:


Laatste update was op:
10 februari 2013

 
   
   


Interview met Charissa 3

 
  +Int: Vandaag, heb je de urn bijgezet, had je verwacht dat, dat zo zou gaan?
Charissa: Nee, eigenlijk niet. Ik had eigenlijk wat meer verwacht. Ook hoe het ging, dat was gewoon heel raar. Niemand zei wat, je moet alle dingen zelf vragen. Ik had wel verwacht dat die man wel zou zeggen, dit gebeurt er en dat gaat gebeuren, maar... In principe doe je het, zonder dat je weet wat je moet doen. Ze hadden mij verteld, dat ik een nis mocht uitkiezen, maar ze hebben gewoon een nis opengemaakt, en daar moest de urn dan in. Omdat, bij de burgerlijke stand, hebben ze al een nisnummer bepaald. Dus, zelf mocht ik niet kiezen.
Int: En wat had jij gewild?
Charissa: Ik had graag gewild dat het meer naar onder was, die nis. Dat zou een beter plekje zijn, dan helemaal bovenaan, want ik ben maar heel klein, dus ik kan niet zo hoog de bloemen gaan zetten. Die vrouw had, toen mamma lag opgebaard, had ze gezegd dat ik een nis mocht uitkiezen. Nu opeens zei die man, dat wordt gewoon gekozen. Dat vind ik wel stom.
Int: Dat is wel heel vervelend, als je je daar op voorbereidt, als je je daarop instelt, als dat dan niet zo is... Schrik je daar dan niet heel erg van, of...... word je dan verdrietig....?
Charissa: Ik word eigenlijk gewoon heel erg boos er van, dat ze eerst vertellen ze dit en dan is het weer heel anders. Je hebt nooit zekerheid ergens van. Eerst moet je de crematie regelen en daarna komt dat van die urn, en dan denk je dat je alles geregeld hebt en dan kom je weer voor een verrassing te staan. Dat is heel stom, daar wordt gewoon niet bij nagedacht.
Int: Nou heb je ook zelf de urn opgehaald, waarom was dat überhaupt?
Charissa: Je kunt kiezen, of dat de familie zelf de urn ophaalt, of door de begrafenisondernemer. Maar de allereerste begrafenisondernemer hadden we gevraagd de urn op te halen, maar daar zitten ook weer bepaalde kosten aan, voor alleen het ophalen en brengen van de urn. We hebben besloten om het zelf op te halen. Maar ja, er werd gezegd, half twee moest het opgehaald worden, en toen kwamen we daar en toen wisten ze er helemaal niks van. Toen werd er gezegd, het moest voor twaalf uur. Dat is ook al zo stom.
Int: Dus het is eigenlijk een dag vol verrassingen voor jou?
Charissa: Ja. Alles gaat zo raar, zo onverwacht allemaal. Ik denk aan mamma, en dan moet je weer aan andere dingen gaan denken, terwijl het allemaal niet nodig is. Andere dingen komen er ook nog aan, dus dat is heel stom.
Int: Sowieso, dat lijkt me toch heel gek, je hebt je moeder gecremeerd, en ze zit nu in een urn. Hoe ervaar je dat?
Charissa: Ik vind het een heel stom idee, want ik wist ook niet goed wat ik er van moest verwachten. Hoeveel as, en hoe groot is de urn, dat wist ik allemaal niet. En het idee dat het lichaam verbrand is en dat, dat in die urn zit, ik vind het in ieder geval niet zo’n fijn idee.
Int: Zou je het zelf ook zo doen?
Charissa: Nee, ik zou in elk geval niet gecremeerd willen worden, liever begraven. Dan krijg je, je doet twee dingen, ik hoop dat als er ooit wat mij gebeurt dat het later in één keer is afgesloten. Vanaf vandaag is het helemaal afgesloten nou, kijk je denkt wel altijd aan iemand, maar dat met de crematie en dat met de urn, die twee keer, dat is hardstikke moeilijk en ik vind één keer wel genoeg. En één keer dingen regelen, is ook wel genoeg, en niet twee keer. Dat vind ik wel moeilijk eraan, dat het niet in één keer is geweest, allemaal. Het is ook hardstikke snel gegaan allemaal. De crematie was op 1 juni, en nou op 17 juli is de urn erin gezet, dat is hardstikke snel. Als je het niet snel genoeg doet, dan wordt de as verstrooid ergens, dus dat is ook niet leuk. Dus je hebt eigenlijk geen keus, je moet alles heel snel doen.

++Interview met Charissa tijdens de verhuizing
Int: Heb je nou veel moeite moeten doen om dit huis te krijgen?
Charissa: Ja, echt wel. Ik heb verschillende woningbouwverenigingen moeten bellen, maar elke keer zeiden ze, je bent zeventien en ik kreeg gewoon geen afspraak. En op een gegeven moment, had een vriend, een kennis van ons gezegd, ik ken iemand bij de woningstichting in Hoensbroek en , had hij gebeld om een afspraak te maken, en dat is heel goed gegaan. Maar alleen had ik helemaal geen kans op zo’n flatje. Omdat ik nog veel te jong ben. Maar ik heb echt heel veel geluk, dat ik deze flat heb gekregen, gelukkig. Maar het heeft me wel heel veel moeite gekost, om dit te krijgen hoor. Maar in ieder geval, ik heb ‘m nou.
Charissa lacht
Int: Ben je er blij mee?
Charissa: Ja, dat wel. Het is niet leuk, hoe het zeg maar is gegaan, dat ik op mezelf moet wonen, maar ik ben wel blij dat ik dit nou heb gekregen, want anders had ik niks. En gelukkig alles op tijd.
Int: Gefeliciteerd.
Charissa: Dank je wel.
Charissa lacht nog eens
Ingrid: Ik ben er benieuwd naar, hoe het met je is, ik heb je lang niet gezien.
Charissa: Naar omstandigheden gaat het wel goed. Er zijn ook veel dingen gebeurd die niet zo leuk zijn.
Ingrid: Op vakantie?
Charissa: Op vakantie was het hardstikke leuk, maar toen ik terugkwam had ik veel zin om weer terug te gaan op vakantie.
Ingrid: Hoe kwam dat?
Charissa: Omdat, mijn opa heeft de post van mij open gemaakt, toen ik op vakantie was. Hij heeft het ook aan iedereen laten zien en toen heeft hij gezegd, dat ik niet op die dag op vakantie ben gegaan en dat ik overal over lieg. En wat blijkt nou na een tijdje. Ja, ik had sowieso al rare ideeën van, waarom doet hij nou zo stom, en op een gegeven moment kwam ik erachter dat hij de borg van het oude huis heeft meegekregen.
Ingrid: Hoe kan dat eigenlijk?
Int: Ja, dat weet ik ook niet hoe dat kan. In ieder geval, hij was me voor en ik heb hem met alles vertrouwd. Hij heeft ook, denk ik, zijn adres doorgegeven aan de woningstichting, anders weet ik het ook niet. Maar ze hebben in elk geval op zijn rekeningnummer de borg gestort. Ze zeggen gewoon aan de telefoon, je was minderjarig, dus hij heeft daar recht op. Maar hij heeft daar helemaal geen recht op, dat geld was van mijn moeder, mijn moeder heeft dat betaald in het begin, en niet hij. Dus dan is het ook terecht dat, dat op de rekening van mijn moeder komt. Blijkbaar vindt hij van niet. Hij heeft het me niet eens verteld, ik kwam er via de telefoon achter, dat hij de borg had.
Ingrid: Wil hij die borg zelf houden, of wat wil hij daar mee doen?
Charissa: Dat weet ik ook niet. Ik heb hem al een paar keer geprobeerd te vragen, maar hij geeft het gewoon niet. Nou laat ik het binnenkort nog een keer weten, van wanneer krijg ik die borg nou terug, en als ik het niet krijg, dan moet ik er maar wat anders aan doen. Maar ik wil niet, dat ik bij mijn eigen familie ruzie ga maken om geld. En vooral niet drie maanden daarna, dat mijn moeder is overleden. Dat zoiets dan gebeurt, dat is gewoon niet normaal. Hetzelfde ook met mijn zus. Kom ik terug van vakantie, wordt er verteld dat ik haar nog ik weet niet hoe veel honderd euro schuldig ben.
Ingrid: Wie zegt dat?
Charissa: Ja, mijn zus. En dan zit ze dat tegen iedereen te vertellen, dat ik niet eerlijk ben, dat ik de spullen van mijn moeder niet aan haar heb gegeven. Maar dat komt, voor de vakantie heb ik nog één tafel met stoelen van Angelique, en dat had ik toen nog staan, dus wat mijn moeder in haar testament heeft gezet. Maar die is ze toen niet komen ophalen en dan heb ik dat bij kennissen gezet van mij, en ik heb haar in het begin laten weten, je kunt die stoelen daar komen ophalen, maar ja, ze heeft ze tot nu toe nog steeds niet opgehaald. En dan zit ze wel zo stom aan de telefoon van ja, je kan het me ook brengen. Maar sinds mijn moeder is overleden, ik heb alles naar haar toe gebracht. Ik heb alles zelf gedaan met papieren, ze heeft nergens mee geholpen. En dan vraagt ze nog om geld! Ik weet het ook niet meer hoor.
Ingrid: Kun je dat niet met je opa regelen, dat jullie samen in gesprek daarover gaan?
Charissa: Ten eerste wil ik nu niet met hem praten, want wat hij nu heeft gedaan, dat vind ik gewoon niet normaal. Hij had me ook kunnen vertellen over die borg, en dat ik daar dan op zo’n manier moet achterkomen, dat vind ik gewoon niet leuk. Dus het is ook echt de bedoeling, dat ik daar niets vanaf wist. En ten tweede, dat hij mijn post aan iedereen laat zien, dat vind ik ook niet normaal.
Ingrid: Nee, en dat mag ook helemaal niet.
Charissa: En daarom lijkt het me geen goed idee, om met hem te praten. Nee.
Ingrid: Maar, ga je dan wel iets anders doen, of...
Charissa: Ja, sowieso ga ik bij hem langs, dan ga ik alles zeggen, ik wil de borg van het oude huis terug en ik wil dat je dat stort op mijn moeders rekening en verder niks. Ik ga niet over alles praten wat er is gebeurd. Want ik wil eerst mijn geld, en dan praten we erover. Sowieso, mijn zus ook, dan zit ze te schreeuwen van, ik krijg nog zoveel honderd euro van je, terwijl door alle rekeningen, is het geld waar wij allebei recht op hadden al in de onkosten gekomen, dus het gaat er niet meer om wie er geld krijgt, het gaat er alleen om dat die rekeningen nog betaald moeten worden en dan kan dat stuk afgesloten worden. Maar als zij moeilijk gaat doen, dan kan ik dat stuk ook niet afsluiten. Ik denk nu alleen maar aan de slechte dingen van wat er allemaal is gebeurd, ook omdat er alleen maar slechte dingen blijven gebeuren. Door hun schiet het ook niet erg op. Ik kan niet zeggen, eindelijk heb ik rust, want ik heb nog steeds geen rust.
Ingrid: Heb je misschien een familielid, die daarin zou kunnen bemiddelen of een gesprek samen aangaan?
Charissa: Ik heb zeker familie, maar ik moet juist iemand hebben die onpartijdig is, want familie kiest toch altijd partij voor mij. Het moet toch iemand zijn, die geen partij kiest. Sowieso heeft het geen zin, om met mijn opa te praten, want hij luistert toch niet.
Ingrid: En de maatschappelijk werkster?
Charissa: De maatschappelijk werkster ook, die kan zeggen wat ze wil. Ze heeft met niemand dan gepraat, maar mijn opa luistert gewoon niet, want als ik wat vraag aan hem, dan reageert hij daar niet op.
Ingrid: Weet je wanneer dat geld gestolen is?
Charissa: Ja, dertien augustus.
Ingrid: Was je al achttien?
Charissa: Toen was ik al achttien.
Ingrid: Dan zou je de woningbouwvereniging een brief kunnen schrijven, waarin staat dat jij het geld op jouw rekening wil.
Charissa: Ja, maar ik heb de woningbouwvereniging al drie keer gebeld, drie keer het verhaal verteld en drie keer boos opgehangen. Omdat mij wordt verteld, je bent zeventien, je krijgt het geld niet meer, het is naar je voogd gestuurd en regel het maar met je voogd, zo onder elkaar dat je het geld van hem krijgt. Ja, zeggen ze aan de telefoon, het is toch familie, dus. Ik zeg, als de relatie niet goed is, wat moet ik dan zeggen? En sowieso was ik geen zeventien meer, toen die borg werd gestort op zijn rekening en dat is ook iets dat ze vergeten. Er wordt maar altijd gezegd, je bent zeventien, je hebt daar geen recht op en daar geen recht op, maar ik moet wel alles regelen. Ik heb de crematie geregeld, dat van de urn heb ik geregeld. Ik heb twee jaar lang voor mijn moeder gezorgd. Ik heb alles gedaan. Alles heb ik altijd goed willen doen, en moet je eens kijken hoe mensen tegen mij doen. Alleen omdat ik dan zeventien ben, moet ik dan zo worden behandeld? Ik vind het gewoon niet normaal!
Ingrid: Ik denk dat het goed is, dat iemand daar in gesprek over gaat met je opa, misschien je zus erbij.
Charissa: Ja, met mijn zus wil ik helemaal niks mee te maken hebben. Sowieso hoe ze over mij praat, iedereen zit ze te vertellen over dat geld dan ten eerste, dat ik haar zo veel nog schuldig ben en dat ik de spullen van mijn moeder niet aan haar heb gegeven, terwijl ik ze zelf heb gebracht naar haar. Ik was helemaal total-loss van alles. Ik was helemaal kapot ervan, dat mij moeder was overleden en zij komt nu een beetje zeuren over spullen! Ik heb het haar ook nog na gebracht en dan achter mijn rug om, zegt ze dat soort dingen, terwijl ik zo goed ben geweest. Terwijl ik niet met haar kan opschieten en dan nóg breng ik haar de spullen, omdat ik weet, ze is moeder, ze heeft twee kinderen, ik wil haar niet vragen, kom de spullen halen, want ze kan die kinderen niet alleen laten, dat begrijp ik ook allemaal. Wanneer begrijpt ze mij eens een keer? Ook niet. Nee.
Ingrid: En jouw opa, heeft hij nou nooit eens gezegd, kom we gaan met zijn drieën aan tafel?
Charissa: Nee, dat doet mijn opa niet.
Ingrid: Waarom niet?
Charissa: Ja, dat weet ik ook niet.
Ingrid: Maar denk je dat hij dat zou willen doen?
Charissa: Daar zal hij gerust “ja “ op zeggen, maar of je daar wat mee opschiet, dat denk ik niet. Hij heeft overal wel een antwoord op. Dus wat je ook zegt, hij zegt toch wel wat anders. Dan begint hij weer over iets anders en dan hoor je dat weer, en dan iets dat twee jaar terug is gebeurd, dan begint hij dat weer te vertellen. Zo blijven we maar doorgaan.
Ingrid: Maar wat denk je? Zou je het toch niet eens willen proberen? Als jij namelijk dat gesprek aangaat en er is iemand bij, die dat goed kan begeleiden, dan heb je misschien daarna wél de rust die je nodig hebt.
Charissa: Ja, oké. Maar het enige dat ik op het moment nodig heb, om die rust te krijgen is dat die borg op de rekening van mijn moeder wordt gestort en dan is het over. Ik hoef niet meer te praten, want ik heb al lang genoeg gepraat met hen allebei. Mijn opa weet ook hoe ik daarover denk, mijn zus weet ook hoe ik daarover denk, en als ze na twee jaar nog niet luisteren, dan heeft het voor mij geen zin meer. Ik ben het zo moe om met iedereen te praten, terwijl ik niks verkeerd heb gedaan, dat de anderen nou eens naar mij toe komen en vragen, Charissa hoe gaat het met je, kan ik je ergens mee helpen. En niet dat ik altijd in m’n rug wordt gestoken. Want ik heb al genoeg pijn gehad. En ik wil nu eens wat tijd vrij maken voor leuke dingen, ik wil het ook leuk maken en dat past er niet bij.
Ingrid: Wat we zouden kunnen doen, als jij dat goed vindt, ik zou zelf eens met de woningbouwvereniging kunnen bellen, om te kijken in hoeverre zij , dat bedrag toch nog aan jou moeten terugbetalen.
Charissa: Ja, maar dat doen ze niet.
Ingrid: Dat weet ik niet. Misschien moeten we wel een brief schrijven.
Charissa: Ze blijven volhouden dat ik minderjarig was.
Ingrid: De huur is volgens mij opgezegd door die vrouw van “Sonar”, klopt dat, ja hè?
Charissa: Ja, die heeft die brief geschreven, maar daar staat alleen in dat hij mijn voogd is.
Ingrid: Hoe komen ze dan aan dat rekeningnummer.
Charissa: Dat weet ik ook niet. Daar moet hij voor gebeld hebben. Dat klopt gewoon niet. De vraag is sowieso waar moet de borg heengestuurd worden. Dat is mij nooit gevraagd.
Ingrid: Misschien moeten we een keer daarheen bellen, dat we dat samen doen. Want ik vraag me af, of ze dat goed hebben gedaan.
Charissa: Ik vind van niet.
Ingrid: Maar los daarvan, is het natuurlijk heel vervelend, dat je ruzie hebt met je opa, want dat was eerder niet, hè.
Charissa: Nee.
Ingrid: Misschien kun je dat dan beter voor een andere keer bewaren, om dat op te lossen want het lijkt me wel fijn om dat op te lossen.
Charissa: Ik wil het zeker oplossen. Maar op de manier waarop dit is gebeurd, heb ik er nu gewoon geen zin in. Iedereen weet wat ik allemaal heb gedaan, en doorstaan. Wat ik van mezelf heb gegeven en ik ben gewoon op, ik heb geen zin meer, om over geld ruzie te maken, of dat er problemen komen, daar heb ik helemaal geen zin in. Dat geld interesseert me helemaal niks.
Ingrid: Zou je het kunnen afsluiten door de rekening van je moeder en jou samen te beëindigen? Als je dat doet, daar heb je nu misschien geen zin in, maar straks is het wel nodig om te doen. Die rekening moet sowieso afgesloten worden. Misschien kun je dat combineren. Daar zou je bijvoorbeeld de maatschappelijk werkster bij kunnen vragen. Of die vrouw van “Sonar”, of ik wil dat ook doen.
Charissa: Ik mag sowieso de rekening niet opheffen, omdat de eindafrekeningen nog moeten worden betaald van die rekening. En het geld dat ik nog krijg van instanties moet ook op die rekening, want anders kan ik ook niet aantonen, dat ik dat heb gehad. Anders wordt er gezegd, je hebt alles voor jezelf gehouden.
Ingrid: Heb je nog een eigen rekening geopend?
Charissa: Ja, ik heb een eigen rekening, dat heb ik al lang.
Ingrid: Maar toen we eens bij elkaar zaten zei ik, je kunt het beter via je eigen rekening doen, dan krijg je straks geen problemen met je zus of met je opa.
Charissa: Ja, weet ik wel. Maar het geld dat nu op die rekening staat, dat moet er ook gewoon op blijven. Alles wat je van instanties terugkrijgt moet ook daarop komen. Dat kan ook nooit via mijn rekening gaan, want ik wil dat iedereen ziet, dit is er gekomen dit bedrag, en dit is ervan over. Maar er is in dit geval gewoon niks van over. En dat wil ik ook aan iedereen duidelijk maken, geld is er helemaal niet en ik zit zelf ook in over geld, maar ik ga niet zeggen, wat heb ik het slecht, ik heb geen geld en dit en dat. Maar mijn zusje dus wel, die zegt ik krijg dit en dat nog. Ik heb het ook niet zo breed en ik houd gewoon mijn mond daarover. Ik wil daar geen anderen mee lastig vallen. Alle mensen die mij hebben geholpen, die hebben het er ook allemaal moeilijk mee, en als ik mijn verhalen ga vertellen dan doet dat allemaal nog meer pijn. Na zo’n lange tijd dat het niet goed is gegaan, willen mensen ook zien dat het ook eens beter kan gaan en niet alleen maar die slechte dingen. Ik ben het gewoon zat. Ik wil ook wel eens een keer kunnen zeggen, ik ben blij dat ik dit heb en dat er geen ruzie is. Maar er is altijd wel wat van ruzie, of over mijn moeder of over weet ik wat allemaal.
Ingrid: En hoe is het met je vriend?
Charissa: Ja, wel goed.
Ingrid: Is het weer helemaal goedgekomen?
Charissa: Ja.
Ingrid: Gelukkig.
Charissa: Ja, in de vakantie heb ik het wel leuk gehad. Ik vond het echt jammer, dat ik weer terug was. Ik had nog wel willen blijven daar.
Ingrid: Je kunt je zorgen daar een beetje achterlaten.
Charissa: Ja. Ook toen ik op vakantie was, toen had ik eindelijk een beetje rust, en toen had ik ook eindelijk de tijd om over alles na te denken. Over mamma. Zoveel dingen daar denk je niet aan omdat je van het ene moment op het andere weer wat anders moet doen. Dan komt dit, en dan komt dat. Je krijgt niet eens de tijd om te rouwen om iemand, vooral om je moeder. Ik heb het er echt heel moeilijk mee, maar ik hou het altijd in me, omdat er toch altijd andere problemen zijn.
Ingrid: Maar de vakantie, dat heeft je wel goed gedaan, om er wel mee bezig te zijn.
Charissa: Ja, dat wel. Maar zelf wou ik dat helemaal niet, omdat .... Ik vind het heel moeilijk om eraan te denken, wat er allemaal is gebeurd, maar....... Met zoveel dingen word je herinnerd aan alles wat er is gebeurd en ook aan mijn moeder. Dat zijn juist ook van die kleine dingetjes................ Normaal ga je op vakantie en dan bel je als eerste je moeder op.
Charissa begint nu te huilen, en valt lang stil
Charissa: Van die kleine dingetjes. Dan zie je iemand lopen met dezelfde jurk aan, dan denk ik gewoon weer aan mijn moeder en..................... Dan wordt het alleen nog maar erger, en daarom wil ik er ook gewoon niet aan denken. .......... omdat het toch al moeilijk genoeg is en als ik erover na ga denken, dan wordt het toch alleen maar erger.
Ingrid: Je kunt er wel met je vriend over praten, of niet?
Charissa: Ja. Maar ik praat er niet zo heel veel over, omdat ik er geen zin in heb. Dan word ik boos.
Ingrid: Boos, op wie?
Charissa: Op alles, op alles dat er is gebeurd, ook zelfs nog op mijn moeder, terwijl ze er niks aan kan doen. Dan denk ik ook, waarom heb je me in de steek gelaten. En dan zegt iedereen, wat is je huis mooi, dan denk ik ook, ik had liever in huis gewoond met m’n moeder, dat interesseerd me ook niks........... Dat vergeet je gewoon, je hebt wel mensen, die denken, ooh die heeft mooie spullen. Maar als ik al die spullen zou kunnen weggeven en mijn moeder zat weer lekker naast me, dan zou ik dat gelijk doen. Daar hoef ik nog niet, eerst eens over na te denken. Daarom zeg ik ook, is het heel moeilijk als andere mensen ruzie gaan maken om geld. Mijn moeder heeft zich ook nooit geïnteresseerd voor geld en ik ook niet. En dan vooral als je mensen nodig hebt, en ze gaan dan zo moeilijk doen over alles. Dat vind ik nog het gemeenste. Daar wil ik gewoon helemaal niks meer mee te maken hebben. Door die ruzies mis je toch je eigen dingetje steeds meer.
Ingrid: Kun je daar niet met je zus over praten?
Charissa: Nee, omdat zij helemaal niet over mijn moeder kan praten. Ze kan alleen over dingen praten van vroeger. En de rest heeft ze allemaal niet meegemaakt omdat ze er nooit bij was. Als ik iets over m’n moeder wil zeggen, dan moet ik het tegen mezelf zeggen en tegen een vaste vriendin. Want wij met z’n tweeën weten het beste hoe mijn moeder zich heeft gevoeld, dan mijn eigen zus. Dat vind ik ook erg om te zeggen, maar zij is er met zoveel dingen niet bij geweest. Daarom botst het ook tussen mij en mijn zus, omdat zij helemaal niks van mijn moeder weet. En als ze dan een stomme opmerking maakt, dan begin ik me al te ergeren. Omdat ze nooit tijd nam om naar mijn moeder toe te komen. Dan geeft ze altijd anderen daar de schuld van. Dan maakt ze nog meer ruzie, ze moet juist blij zijn, dat ik er was voor mijn moeder. Dat ik het ook voor haar heb kunnen doen. Dat zij er niet was, en dat ik het toch voor mijn moeder heb gedaan, daar moet ze juist blij om zijn. Want wie had het anders gedaan, als ik er niet was.
Ingrid: Dan had zij het misschien toch moeten doen.
Charissa: Ja, maar dan was ze ook niet gekomen.
Ingrid: Dan ben je dus heel blij met die vriendin van je moeder, daar heb je wel steun aan.
Charissa: Ja, echt wel.
Ingrid: Zij kent je familie?
Charissa: Ja.
Er volgt een kleine pauze, Charissa is nu in tranen

Charissa: En ook omdat ik altijd alles met mijn moeder deed. Ik kon overal over praten met haar. Over dingen, over alles, ik kon echt alles tegen haar zeggen, en dat doe ik bij niemand. Ook bij mijn eigen vriend zeg ik niet alles. Dat wou ik allemaal tegen mijn moeder vertellen. Nou kan dat ook niet. Als het me tegen zat, of als ik problemen had of er was wat, dan kon ik het ook altijd tegen haar zeggen. Dan had ze altijd wel een goeie oplossing daarvoor.
Ingrid: En die vriendin van je moeder?
Charissa: Die is ook super lief. Daar gaat het niet om. Maar het is gewoon niet hetzelfde. Dat zal het ook nooit worden, bij niemand. Dan vraagt ze van hoe was het op vakantie, ik vond het super leuk, daar gaat het niet om, maar toen besefte ik wel eindelijk pas, als ik terug ga, dan zit ik in een heel ander huis. Dan hoor je ook nog, dat iemand zegt dat ik lieg over welke dag ik met vakantie ben gegaan. Net alsof ik daarover moet liegen.
Ingrid: Dat is ook niet belangrijk, hè?
Charissa: Nee, dat is ook niet belangrijk. Maar niemand denkt eraan van, hoe voelt zij zich wel niet. Dan komt ze daar aan en dan belt ze normaal haar moeder, niemand denkt daaraan. Dan heb ik ook zoiets van, dat weten jullie toch allemaal.
Ingrid: Je bedoelt de mensen die op vakantie waren?
Charissa: Ja, ook mijn opa en mijn zus die weten dat ook van.... Omdat, twee jaar terug ben ik ook op vakantie geweest en toen had ik ook al heimwee, toen wou ik ook graag naar huis terug, naar mijn moeder. Het was toen zo erg, dat ik zelfs ruzie begon te maken, alleen omdat ik zo graag naar huis wou, naar m’n moeder toe. Nu had ik dat precies hetzelfde, alleen nu kan ik niet zeggen, even mijn moeder bellen. Toen ik terugkwam, normaal ga je gewoon naar huis en nu ga ik naar mijn eigen huis, zonder moeder.... Af en toe dan zit ik hier maar wat en dan word ik gewoon kwaad, dan denk ik terug aan toen ik nog jonger was en met m’n moeder.... Dan vind ik dat gewoon jammer. ....... Toen ze in “Odillia “was in dat huis daar, toen was ik mezelf ook helemaal niet. Toen ze bij was, toen had ik nog zo veel tegen haar willen zeggen. Dat heb ik helemaal niet gedaan, en ik weet ook helemaal niet waarom. Dat maakt me zo boos, iedereen heeft afscheid kunnen nemen, en ik niet. Terwijl ik het meeste bij haar was, dat vind ik gewoon raar. Maar elke keer dat ik bij haar was, kon ik niks tegen haar zeggen. Omdat, als ik wat zou zeggen dan zou ik toch alleen maar gaan huilen. Dat wou ik ook niet, dat ze dat zag. Ik wou haar daar niet mee lastig vallen.......
Ingrid: Dus je hebt eigenlijk geen afscheid van haar genomen.
Charissa: Nee, niet goed. Niet op mijn manier. Iedereen heeft op zijn eigen manier afscheid genomen, maar ik heb dat niet kunnen doen omdat ik dat toen helemaal niet wou. Ik kon helemaal geen afscheid nemen. Terwijl ik het toch gezegd heb tegen haar van, nou het is niet erg allemaal en het komt allemaal wel goed, terwijl ik het helemaal niet meende.
Ingrid: Je wou haar gewoon geen pijn doen.
Charissa knikt zachtjes
Charissa: Ja......... ik ben uitgepraat.
Int: Ingrid kun jij haar iets vragen over haar vriendje. Er was toch iets met je vriendje?
Charissa: Nee, daar wil ik niet over praten, dat hoeft er niet op. Nee, dat staat gewoon los van wat er allemaal is gebeurd.
Int: Ja?
Charissa: Ja.
Int: Weet je dat heel zeker?
Charissa: Ja.
Int: Het is niet te veel spanning..........?
Charissa: Ja....
Int: Ik ga het zo dadelijk ook aan hem vragen...
Charissa: Kijken wat hij zegt. Ik had al zoiets gezegd tegen hem, zo van..........
Int: Vertel het maar aan Ingrid.
Ingrid: Het was dus uit. Voordat je op vakantie ging. Toen heb je het toch even uit gehad?
Charissa: Mmmmmmmmm. Ja.
Ingrid: Dat had toch ook daarmee te maken, dat....
Charissa: Een beetje wel....
Ingrid: ......met de dood van je moeder, dat kan ik me ook wel voorstellen.
Charissa: Mmmm. Ja. Dat komt ook, omdat altijd alles tegenzit. Ik keurde dat gewoon allemaal af op hem. Dat is ook het makkelijkste, want tegen je eigen vriend....
Ingrid: Als uitlaatklep.
Charissa: Ja, als uitlaatklep, dan zeg je alles wat je denkt, dat flap je er zo uit. Terwijl je er later spijt van hebt. Maar ook omdat ik niemand anders meer heb om tegen te schelden. Dus dan doe ik dat maar tegen hem. Dat is ook niet altijd leuk. Maar hij moet het ook allemaal een beetje kunnen begrijpen, want het is allemaal............

Er volgt een lange pauze, waarin Charissa eventjes tot zichzelf moet komen
Charissa: Het is gewoon een rot tijd nu.
Ingrid: Zeker. En is hij wel een beetje lief voor je?
Charissa: Ja! Hij is altijd lief. Maar ik scheld gewoon altijd van, van die stomme dingen. Dan is er wel wat gebeurd en dan doe ik gewoon stom. En dan denk ik, wat interesseert het mij nog allemaal.
Charissa zit nu opnieuw te snikken
Charissa: Dan zeg ik ook dingen die helemaal nergens op slaan. En toch doe ik daar anderen pijn mee, maar ja, op dat moment heb ik dat helemaal niet in de gaten. Komt dat ook in de film?
Int: Nou, ik denk wel dat dit iets is, dat er heel veel mee te maken heeft.
Charissa: Ja, dat is waar.
Ingrid: Wat je zei, van je moeder willen bellen als je terugkomt van vakantie. Mijn moeder is al jaren dood, en iedere keer dat ik terugkom, wil ik haar nog bellen. Dat is gewoon iets, dat heel lang blijft zitten. Het is nog zo vers allemaal bij jou.
Charissa: Mmmm, ja.
Ingrid: Het is voor het eerst dat ik je zie, en jouw verdriet zie, dat heb ik nog niet gezien. Je bent normaal altijd vrolijk.
Charissa: Omdat ik altijd alles inhoud. En ik heb geen zin daar anderen mee lastig te vallen. En toch merken mensen het wel. Vooral m’n vriend dan. Hij weet dat er iets is en als hij het vraagt zeg ik toch, er is niks, maar er is wel wat. Ik heb op dat moment geen zin om het te zeggen. Pas later vertel ik, dat was er toen en daarom deed ik zo. Maar op het moment zelf zeg ik het niet.
Ingrid: Maar als je dicht bij je vriend staat, dan is er een manier om er toch over te kunnen praten, toch?
Charissa: Maar het ligt ook aan mij, omdat heel vaak zeg ik wel wat, maar dan houd ik er ook weer gelijk over op. Want als ik er teveel over na ga denken, dan is mijn hele dag al verpest. Want ik heb er helemaal geen zin om erover te praten. Elke keer dat ik erover praat, dan wordt het erger, dan word ik steeds meer kwaad en dan denk ik alleen nog maar meer aan mijn moeder.
Ingrid: Het rottige is ook dat helemaal niemand je daarbij kan helpen.
Charissa: Dat kan ook niet. Heel vaak willen mensen me wel helpen, praten, dat gaat gewoon niet, dat moet ik ook zelf doen. Maar dat zal nog wel een tijdje duren, voordat ik daar rustig over kan praten.
Ingrid: En die mevrouw die dat mooie gedicht voor je moeder heeft gemaakt? Die was ook in de St. Jans kliniek, heb je daar nog een gesprek mee gehad?
Charissa: Nee, daar heb ik geen contact meer mee gehad.
Ingrid: Want ze was steeds bij je moeder, of niet?
Charissa: Ja, een paar keer. We hebben ook niet zoveel met elkaar gepraat. Twee keer of zo, hebben we echt gepraat.
Ingrid: Dus eigenlijk zou je dan met die vriendin van je moeder, zij heeft het meest contact met haar gehad...
Charissa: Ja, maar daar ga ik ook vaak heen. Gewoon zoals ik al zei, ik vind het moeilijk om erover te praten, want dan heb ik geen leuke dag meer. En daarom doe ik ook altijd net, alsof het me helemaal niks interesseert, want er vraagt ook niemand wat. Als je het wel laat zien, dan krijg je ook steeds meer vragen van, wat is dat, en denk je aan je moeder. Ik heb daar gewoon geen zin in...... Ik moet het op m’n eigen manier doen.


Interview met Ingrid. (Vrijwilligster van de stichting kind & rouw).
Int: Kun je vertellen wie je bent, en ook waarom je bij Charissa bent en wat je voor haar doet?
Ingrid: Ik ben Ingrid... Ik ben vrijwilligster bij de stichting “Kind & rouw”, en in die hoedanigheid ben ik bij Charissa gekomen. En wat ik probeer te doen, is haar te helpen bij de hoop papierwerk vooral, die ze heeft. En ik probeer haar te steunen. Dat is natuurlijk moeilijk, omdat zij in deze situatie zit, en je kunt wel proberen om wat te steunen, maar ze moet toch vooral heel veel zelf doen. Wat ik gedaan heb is, ik heb gekeken, kan ik haar helpen met al dat papierwerk. Ze had heel veel brieven die ze moest schrijven, en financiën die geregeld moesten worden en ik heb samen met de maatschappelijk werkster gekeken, van wie doet wat en wie zou wat kunnen doen. En het meeste werk daarin is gedaan eigenlijk, nu.
Int: Wat is jouw indruk van Charissa?
Ingrid: Ik vind Charissa een heel sterk iemand. Ik zie dat ze toch alleen is, dat zie ik wel. Ze heeft wat mensen om zich heen, ze heeft een vriend, ze heeft een zus, de buren.En andere mensen die haar best heel goed ondersteunen, maar ik zie ook een stukje eenzaamheid bij haar.
Int: Hoe komt dat?
Ingrid: Hoe dat komt weet ik natuurlijk niet, maar ik denk dat dat een normaal gevoel is, als je iemand pas verloren bent, vooral je moeder. Dat is zeker op haar leeftijd toch enorm belangrijk. En daar komt een stukje eenzaamheid uit voort. Ze gaf dat net in het gesprek ook al aan, van ik kan er wel met anderen over praten, of de problemen bij anderen leggen, maar dat is niet mijn moeder. Dat snap ik wel heel goed. Het blijven dan allemaal vreemden. Ik zie haar pijn ook wel.
Int: En wat zie je dan?
Ingrid: Wat ik dan zie., ik kijk ook naar mezelf, omdat ik zelf ook wel eens een rouwproces ben doorgegaan, ik herken gewoon een aantal dingen. Het alleen voelen, niet meer weten waar je thuis is bijvoorbeeld, dat zie ik wel bij haar. Ze heeft een nieuwe flat, ze heeft een nieuw appartement alles ziet er geweldig uit, maar in de kern ben je toch alleen. Dat stuk zie ik bij haar wel. En dat doet pijn, en die pijn kan eigenlijk niemand wegnemen. Ik voel het wel, ja.
Int: Wat is jouw motivatie, om dit werk te doen?
Ingrid: Daar heb ik eigenlijk nooit zo over nagedacht. Het is iets, omdat ik zelf een aantal rouwprocessen heb doorgemaakt, voel ik wat andere mensen doormaken, wanneer ze in zo’n proces zitten. Als je bij iemand kunt zijn, die die pijn heeft en je weet waar de ander het over heeft, dan is dat vaak genoeg. Tenminste dat is mijn ervaring. Er hoeft niet altijd heel veel gepraat te worden. En wat ik wil, dat is gewoon tot steun zijn voor iemand die in zo’n rouwproces zit. Zonder dat ik denk, dat ik daar nou zo’n hele grote invloed op kan hebben, dat is natuurlijk niet zo, maar soms is het genoeg als iemand even zijn verhaal kan doen. Ik wil eigenlijk alleen maar zo iemand zijn, die daar naar luistert, verder niet.
Int: Het is niet je werk of zo?
Ingrid: Nee. Jammer genoeg niet. ( Ingrid lacht) Nou ik zou er wel graag mijn werk van willen maken. Dat is iets..... Ik heb altijd in de financiële wereld gewerkt, dat is natuurlijk iets heel anders en dit is werk wat je na aan het hart ligt. Het is gewoon iets heel anders. Het is niet mijn werk, nee.
Int: Je doet het echt omdat je het belangrijk vindt.
Ingrid: Heel belangrijk, ja het is heel belangrijk.
Int: En dat weet je uit eigen ervaring.
Ingrid: Ja. Toen mijn moeder stierf, dat is bij mij de laatste persoon die is gestorven, ik heb heel veel familie om mij heen, niet direct een gezin, maar wel heel veel familie, waar ik heel veel steun van heb. Ik kan gewoon bij iedereen terecht, en ik weet, dat doe je niet altijd net zoals Charissa net ook aangeeft, maar soms heb je het nodig om even naar iemand toe te gaan



Terug naar boven